projects books text cv publications contact
[ back ]


Xandra de Jongh

Het updaten van de geschiedenis

In het kader van Sonsbeek 2008 actualiseerde Hans van Houwelingen onder de titel ‘Update' een rijksmonument in Arnhem.

Als vormgegeven echo's uit het verleden verwijzen monumenten zelden naar het heden of de toekomst. Terwijl de wereld rondom hen op volle sterkte doordendert, fungeren monumenten dag in dag uit slechts als verplichte splinters van de geschiedenis. Op pleinen en in parken leiden ze een anoniem bestaan met een schijtende duif als enig gezelschap. Soms raakt hun bestaan te versplinterd. Ze worden door de geschiedenis achterhaald, of zijn teveel geschiedenis geworden en worden met veel emotionele tamtam neergehaald en kapot gemaakt. Of ze verdwijnen door herinrichtingsplannen in een gemeentelijk depot en raken daarmee evengoed uit het zicht. Maar soms komt iemand op een ander idee en verworden ze van vergeten monument tot actueel kunstwerk.

In het kader van de internationale beeldententoonstelling Sonsbeek 2008 bedacht beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen een update van het bestaande Lorentz-monument in het park Sonsbeek in Arnhem. Het driekwart eeuw oude rijksmonument voor Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928), winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1902 en geboren in Arnhem, werd door Van Houwelingen inhoudelijk geactualiseerd. Professor Frits Berends, emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde, Prof.dr. C. Beenakker, Prof.dr. R.H. Dijkgraaf, Prof.dr. W.van Saarloos en Prof.dr. G. van der Steenhoven, voorzitter van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging stelden op verzoek van de kunstenaar een lijst samen met namen van wetenschappers die voortbouwden op het baanbrekende onderzoek van Lorentz op het gebied van de elementaire deeltjes fysica. In een 100 dagen durende performance (de duur van de tentoonstelling) onderging het Lorentz-monument een permanent historische update; 142 nieuwe namen werden in het kalksteen uitgehakt.

Met ‘Update' creëerde Van Houwelingen min of meer een vervolg op de oorspronkelijke opzet van het monument, waarin de in brons uitgevoerde Lorentz in een stenen reliëf werd geflankeerd door de namen en beeltenissen van zes verwante wetenschappers, waaronder Albert Einstein, een van zijn meest illustere opvolgers.
De natuurkundige Lorentz werd niet zonder reden ge-update naar het jaar 2008. Tegelijkertijd met de tentoonstelling Sonsbeek ging in september in Zwitserland vlakbij Genève de grootste en krachtigste deeltjesversneller ter wereld aan de slag. Een van de missies van het 27 kilometer lange gevaarte is het vinden van het zogeheten Higgs-deeltje, het laatste nog onbewezen elementaire deeltje. Lorentz wordt beschouwd als degene, die in theorie het elektron voorspelde, dat vervolgens ontdekt werd als eerste elementaire deeltje.

sample
Hans van Houwelingen (1957) heeft iets met monumenten. Ze staan immers overal, zelfs op de maan, zo stelde hij ooit. Maar bovenal is hij is gefascineerd door de paradox waarin monumenten gevangen zitten. Monumenten leveren bij voorbaat een verloren strijd tegen de tijd. Opgericht voor de eeuwigheid is het de vergetelheid die onherroepelijk toeslaat.
In 2002 maakte hij voor Lelystad het spraakmakende monument ‘De Zuil van Lely', waarin hij een bestaand beeld incorporeerde van ingenieur Cornelis Lely, naamgever van Lelystad en grondlegger van het Zuiderzeeproject. Geïnspireerd door de zuil van Trajanus creëerde Van Houwelingen op het Stadhuisplein een met basaltstenen (een symbolische verwijzing naar het materiaal waarmee de Flevopolder werd ingepolderd) beklede zuil van 32 meter hoog. Boven op de zuil plaatste hij het bronzen beeld van beeldhouwer Piet Esser, dat tot dan toe elders in het centrum had gestaan. De drie meter hoge Lely keek op zijn enorme sokkel uit in de richting van de voormalige Zuiderzee, die door zijn Plan Lely gedeeltelijk werd drooggelegd en ingepolderd.

Van Houwelingen kreeg van Piet Esser toestemming om het beeld gedurende een half jaar op de zuil te zetten. Hoewel er veel positieve geluiden waren dat het beeld vanuit zijn nieuwe perspectief eigenlijk wonderbaarlijk goed werkte, was Esser uiteindelijk toch minder gecharmeerd. Hij zag het niet zitten om door een jonge kunstenaar ‘gesampled' te worden, zo meldde hij Van Houwelingen, het beeld mocht niet permanent op de zuil blijven. Van Houwelingen kreeg vervolgens wel toestemming een gietsel van het beeld van Lely, van de beeldhouwer Mari Andriessen, dat bij de Afsluitdijk is geplaatst, op zijn zuil te zetten.  
In Arnhem hadden de erven van de maker van het Lorentz-monument in minder moeite met de ideeën van de kunstenaar. De zoon van beeldhouwer Oswald Wenckebach had zelfs het gevoel dat Van Houwelingen het werk van zijn vader na al die jaren eindelijk zou afmaken.
 
kont tegen de krib
Aan het werk van de als beeldhouwer opgeleide Van Houwelingen kleeft een karakteristiek visitekaartje. Aan ‘kunst als slagroom op de taart' heeft hij een broertje dood, aan wereldvreemde kunst evengoed. Voor hem geen werk dat zich opsluit in een museum, maar kunst die zich bemoeit met de samenleving. De publieke ruimte is dan ook Van Houwelingens' natuurlijke habitat. Zijn werk weerspiegelt vaak een sociaal-maatschappelijk commentaar, al dan niet op het verleden, en grijpt direct in op de context van een plek. Zo kan de op een cultuuricoon geïnspireerde zuil in Lelystad worden uitgelegd als een kritische reflectie op het modernistische gedachtegoed, waarin utopische steden op de tekentafel werden geboren. Eenmaal gebouwd bleek een, voor een bruisend stadsleven noodzakelijke, culturele identiteit te ontbreken. Ook Lelystad kampt met een dergelijke problematiek, de verstrekte opdracht aan Van Houwelingen maakte destijds onderdeel uit van een uitgebreide masterplan (met gevoel voor humor Missing Link geheten) om een aantrekkelijker stadshart te creëren.

slagveld
De enorme zuil kan tevens als metafoor worden gezien voor de importantie die Van Houwelingen toedicht aan kunst in de publieke ruimte, in het bijzonder als het gaat om de rol die kunst zou moeten spelen in stadsontwikkeling. In zijn ideale scenario speelt kunst daarin niet een (politiek) afhankelijke rol maar een bepalende rol. Even belangrijk als economische motieven is een culturele ontwikkeling, deze betaalt zich op langere termijn dubbel en dwars terug, aldus Van Houwelingen.
In zijn pleidooien over kunst in de publieke ruimte gooit hij graag de kont tegen de krib. Hij irriteert zich mateloos aan de bureaucratische regelzucht die het realiseren van kunst in de publieke ruimte tot ‘een waar slagveld' maakt. Ook over de inhoudsloze rol die de overheid inneemt, een erfenis van de mis begrepen opvattingen van de 19de eeuwse staatsman Thorbecke, heeft hij geen goed woord over. Het leidt veelal tot waardeloze compromiskunst, ‘drollen' waar niemand op zit te wachten.

meedogenloos   
Saillant is daarom het voorstel dat hij heeft gemaakt in opdracht van Stroom voor een hedendaags monument van Thorbecke in Den Haag. Onder het motto ‘Gedane zaken nemen keer!' stelt hij niet een nieuw te maken werk voor, maar een stedelijke monumentenruil. In Amsterdam bevindt zich al sinds 1876 een Thorbecke-monument, daar terecht gekomen na onenigheid in de Haagse gemeenteraad 150 jaar geleden. Andersom bevindt zich in Den Haag reeds een monument van de ‘Amsterdamse' Spinoza, terwijl in Amsterdam op dit moment twee verschillende Spinoza-monumenten in de voorbereiding zijn. De door hem voorgestelde beeldenruil doet niet alleen recht aan de geschiedenis, maar brengt het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza tot leven. Het voedt het actuele maatschappelijke debat over vrijheid en democratie, zonder dat de historische integriteit van de twee monumenten wordt aangetast.


Een historische correctie is nog daaraan toe, maar Van Houwelingen beseft terdege dat ook hij de tijd uiteindelijk niet naar zijn hand kan zetten. Zijn actualisering van monumenten kan slechts van tijdelijke aard zijn. Zo zal ook een werk als ‘Update' het lot der vergetelheid niet kunnen ontlopen, maar in die zin is het, zo schrijft Van Houwelingen in de bijgehorende publicatie van het project, ‘een lofzang op misschien wel het meest meedogenloze natuurkundige verschijnsel, de sterfelijkheid.'