projects books text cv publications contact
[ back ]

Kunstbeeld, tijdschrift voor beeldende kunst / nr 12/1 2008-2009


Dit is een verkorte versie van de visie van Hans van Houwelingen voor ‘Werkplaats Thorbecke'. In 2007 ondersteunde de Haagse gemeenteraad een initiatiefvoorstel om een standbeeld voor Thorbecke op te richten. Stroom Den Haag, centrum voor kunst en architectuur, startte daarop ‘Werkplaats Thorbecke', een project waarbij kunstenaars werd gevraagd om een visie te ontwikkelen op een hedendaags monument voor Thorbecke in Den Haag.

Gedane zaken nemen keer!

De meeste herdenkingsmonumenten in Den Haag werden opgericht voor politieke figuren uit de vaderlandse geschiedenis. Opvallend is dat Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) in de reeks ontbreekt. Thorbecke werd als voorzitter van de Grondwetscommissie de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie. De grondwet werd geproclameerd op 3 november 1848 en heeft van Nederland uiteindelijk een modelstaat voor de vrijheid en democratie gemaakt.
Kort na Thorbecke's dood kwam er vanuit verschillende politieke richtingen de roep om een standbeeld. Aanvankelijk zou het monument in Den Haag geplaatst worden, maar na onenigheid in de Haagse gemeenteraad kwam het in 1876 in Amsterdam te staan. Het is een historische vergissing dat Thorbecke's grondwet in Amsterdam wordt herdacht. Den Haag is de residentie van de macht die, naar Thorbeckes model, garant staat voor de hoogste vorm van vrijheid.

Thorbecke in Den Haag
Het is niet toevallig dat er nu in Den Haag, honderdzestig jaar na de invoering van de parlementaire democratie, een gemis aan een Thorbecke-monument wordt gevoeld en er draagvlak is om er alsnog één op te richten. Niet eerder liet de politiek zich zo de wil van het electoraat opleggen. Kiezerspopulisme zaagt aan de poten van Thorbecke's parlementaire democratie. Een politicus is niet meer de visionair die ziet wat goed is voor het volk, maar een electorale zakenman die de taal van de straat spreekt om een gefrustreerde samenleving voor zich te winnen. Het publiek is maatgevend en de markt is het gezicht van deze moderne samenleving geworden.
Wie anders dan Thorbecke kan de volksvertegenwoordiging weer in het gareel krijgen? Wie anders dan Thorbecke kan er op wijzen dat het parlement het volk dient te vertegenwoordigen en niet andersom? Wie anders is beter in staat de grondwet te beschermen dan de bedenker zelf?
Als Thorbecke staat voor nationale identiteit, behoedt zijn monument dan voor de dogma's van de markt en gooi hem niet te grabbel aan de tegenwoordige woekerhandel in identiteit die er slechts een slaatje uit slaat. Een nieuwe in brons gegoten beeltenis in historische stijl, zelfs al is het goed gelijkend, doet geen recht aan de staatsman. De arme politicus zou zijn inhoud zien verdampen en veroordeeld worden tot zijn bronzen schil. Een retro-klassiek beeld heeft geen identiteit, maar getuigt, vanwege zijn geschiedvervalsing, juist van het ontbreken eraan.
Maar het is evenzeer de vraag of een hedendaags kunstwerk het gat uit de negentiende eeuw in de Haagse monumentencollectie kan opvullen. Hoe moet dat kunstwerk zich tot die eeuw verhouden? Moet het achteraf refereren aan het ontstaan van de democratie of een hedendaagse rol vervullen? Moet het een mens eren die al 136 jaar dood is, of zijn nog springlevende gedachtegoed? Waar liggen, in het laatste geval, de accenten in deze tijd, als we denken aan vrijheid en democratie? Zou, vervolgens, een hedendaagse uiting van vrijheid en democratie zich nog wel verhouden tot de persoon Thorbecke?
De criteria voor het Haagse Thorbecke-monument zijn natuurlijk slechts ten dele esthetisch, maar overwegend politiek van aard. De ironie wil dat er niet ontkomen kan worden aan een politiek debat over een monument voor de politicus die vond dat de politiek zich niet over de inhoud van de kunst moest uitlaten. Wat mij betreft valt de oprichting van zijn monument samen met het verlaten van Thorbecke's beroemde credo. Het diende toch vooral als een rookgordijn voor de feitelijke verstrengeling van cultuur en politiek. Het zou een memorabel moment zijn als zijn monument tot stand komt na een politiek-cultureel debat met open vizier.

Image 

Spinoza in Amsterdam
Het probleem dat is ontstaan door de historische blunder van de Haagse gemeenteraad om het Thorbecke-monument in 1876 te weigeren biedt echter ook uitkomst. In feite doet er zich in Amsterdam een vergelijkbare situatie voor als in Den Haag, namelijk rondom Nederlands beroemdste en radicaalste filosoof Baruch Spinoza (1632-1677). Deze geboren en getogen joodse Amsterdammer heeft in Amsterdam geen monument, maar wel één in Den Haag.
Vorig jaar werd het initiatief genomen voor het alsnog oprichten van een Spinoza-monument in Amsterdam. Ook dat initiatief komt niet zomaar uit de lucht vallen. De reputatie van Amsterdam, als één van de meest tolerante steden van de wereld, staat onder druk. Vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting botsen op een steeds grimmiger wijze. Zoals Thorbecke de democratie tot de orde roepen kan, zo kan Spinoza het belang van de vrijheid van geest weer onder de aandacht brengen.
Ook Amsterdam buigt zich over de vraag aan welke criteria een nieuw monument moet voldoen. Ook hier wordt het probleem gevoeld, maar zijn er gemakhalve twee monumenten bedacht: voor de gewone man een bronzen Spinoza-standbeeld, waaraan iedere intelligente inhoud ontbreekt en voor de kunstliefhebber een artistieke plek voor allerlei activiteiten in de geest van Spinoza. Een vorm dus zonder inhoud plus een inhoud zonder vorm. Deze voor-ieder-wat-wils-Spinozastad branding schiet tekort en is feitelijk absurd: twee monumenten, omdat één niet de lading dekt.

Image 

Monumentenruil
Vier jaar nadat Den Haag het monument voor Thorbecke weigerde werd er in 1880, ook nu na lang politiek geharrewar vanwege zijn door velen als subversieve  en atheïstische beschouwde denkbeelden, het Spinoza-monument onthuld. Spinoza had acht jaar in Den Haag gewoond en is er gestorven. Het toeval wil dat Thorbecke acht jaar in Amsterdam gewoond heeft. Slechts deze vormfeiten binden hen aan hun huidige standplaats. De vaderlandse helden van de vrijheid en de democratie horen echter in hun historische context te staan, op de plek waaruit ze hun betekenis het best tot zijn recht doen komen. Thorbecke hoort in Den Haag en Spinoza in Amsterdam.
Hun geschiedenis maakt een uitwisseling aannemelijk. Den Haag en Amsterdam kunnen het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza in deze tijd haarfijn onder de aandacht brengen, door hun monumenten voor Spinoza en Thorbecke te ruilen. Met een verhuizing klampt de betekenis van deze authentieke 19e eeuwse monumenten zich aan de actualiteit, zonder echter enig geweld te doen aan hun historische verschijning in het straatbeeld. De nieuwe locatie van deze monumenten actualiseert het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza, maar laat het in zijn waarde.
In essentie is de feitelijke daad van deze stedelijke monumentenruil een hedendaags kunstwerk dat zijn gelijke niet kent; gedenktekens ruilen is een nieuw fenomeen. Net als bij hun oprichting in 1876 en 1880 zal er dan ook nu wel stof opwaaien. Het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza en hun betekenis voor Den Haag en Amsterdam in deze tijd zal op velerlei wijzen worden uitgelegd. Dat geeft een goed beeld van de maatschappelijke krachten waarmee deze monumenten zijn omgeven. Als de huidige initiatieven in Den Haag en Amsterdam erop zijn gericht Thorbecke en Spinoza in te zetten om de maatschappelijke discussie over vrijheid en democratie te voeden, dan leidt een ruil van hun monument automatisch tot een inhoudelijk debat. Het brengt de geschiedenis tot leven, wat onmiskenbaar en oprecht zal bijdragen aan de nationale identiteit.

* Het in 1876 onthulde Amsterdamse monument voor Johan Rudolf Thorbecke is gemaakt door Ferdinand Leenhoff (1841-1914).
F.Hexamer maakte het in 1880 in Den Haag onthulde monument voor Baruch Spinoza.