projects books text cv publications contact
[ back ]

KunstOpZijnVoetstuk.jpg

De kunst op zijn voetstuk

 

Wat op een sokkel wordt gezet om zich boven het volk te verheffen wordt er ook ooit weer vanaf getrokken. Kunst is een partijpolitiek, electoraal gevoelig onderwerp en de huidige regering heeft de gehele culturele sector hardhandig van zijn gepolijste voetstuk afgemept. De muze hangt plat voorover aan de dunne pijpjes die in haar geknakte bronzen enkels ter versteviging waren aangebracht. Het is weliswaar een trieste aanblik, maar vreemd is het niet: zowel de oprichting als de vernietiging van monumenten gebeurt om precies dezelfde redenen. Beide zijn de uitkomst van een strijd om de taal van het beeld in een door kunst en politiek gedeelde arena.

Monumenten worden opgericht voor de beeldvorming, zoals ze om een vergelijkbaar beeld worden vernield. Iedereen kent de georkestreerde beelden van het omvergetrokken standbeeld van Saddam Hoessein, waardoor de wereld kon zien dat hij de slag verloren had. Ook de huidige regering calculeerde bij haar aantreden de waarde van de kunst en zag de volle winst in het beeld van haar destructie. Kunst, het op een voetstuk gehesen icoon van de sociaal-democratie, werd er als het beeld van de nieuwe neoliberale heerschappij vanaf geslagen.

Deze omslag betekent in geen geval dat de overheid de unieke waarde van kunst uit het oog is verloren, integendeel, juist de beeldende eigenschap van kunst werd perfect benut. Het grandioze beeld van een kunstelite die van zijn voetstuk wordt gebeukt vond bij de kiezer gretig aftrek. Het electoraat, dat zich van de huidige macht niet langer met kunst dient te verheffen, zwolg in het beeld van haar nederlaag.

 

De staatssecretaris van cultuur kneep de dunne uier van zijn melkkoe in een ruk leeg, waarmee ook het electorale succes van die actie snel verdroogde; je kunt niet achter een elite blijven aanjagen die al verdreven is. Maar als verbeelding van de macht is kunst veel te lucratief om verder ongemoeid te laten. De luttele investering - tweehonderd miljoen meer of minder - betaalt zich makkelijk terug indien daar een effectief instrument voor beeldvorming tegenover staat. Nu al zijn de kiemen zichtbaar van een nieuwe fase waarin de kunst opnieuw zal worden aangesproken, omarmd en uitgebuit. Een aan zijn eigen excessieve markt ten onder gaande neo-liberale politiek die onder Europese curatele komt te staan, dwingt zichzelf om de golflengte van zijn beeldvorming bij te stellen. De ambivalentie waarmee de vele Europese miljarden aan de nationalistische kiezer moeten worden uitgelegd leidt geheid tot een nieuwe toevlucht tot de kunsten; immers waar politici verplicht zijn tegenstrijdigheid te verbergen zijn kunstenaars openlijk meesters van de paradox. Het grote Europa wordt bevolkt door mensen met volstrekt uiteenlopende nationale tradities, wat een soepele economische samenwerking in de weg staat. Naarmate Europa zich nadrukkelijker ontwikkelt als een politieke unie, creëert dat ook een vraag naar een nieuwe culturele realiteit. Europese cultuur wordt een politiek doel. Om talloze lokale tradities en een kolossaal Europa in elkaar te vlechten zijn kunst en cultuur onontbeerlijk. Het is onvermijdelijk dat politiek en kunst zich opnieuw in elkaars domein begeven en daar hun stellingen betrekken. De vraag is dan in welke slagorde de kunst naar voren treedt.

 

Geen mens is nog verontwaardigd over zijn noodlottig bestaan als consument en kijkcijfer in wat potsierlijk de vrije markt wordt genoemd. Geen wonder dat politieke partijen die trend inmiddels volgen en zich op de kiezersmarkt storten. Onder 'liberale' vlag wordt aan een bekende truc gestand gedaan indachtig een oude quote van Joseph Goebbels: "Als je een leugen vertelt die groot genoeg is en hem blijft herhalen, zullen de mensen het uiteindelijk gaan geloven. De leugen kan gehandhaafd blijven zolang de staat de mensen kan beschermen tegen de politieke, economische en/of militaire gevolgen van die leugen. Het is daarom van vitaal belang dat de staat al zijn mogelijkheden gebruikt om afwijkende meningen te onderdrukken, want de waarheid is de aartsvijand van de leugen, en vervolgens is dus de waarheid de grootste vijand van de staat." We zijn inmiddels gaan geloven in een volksvertegenwoordiging als een ondernemer in electorale producten zoals Henk en Ingrid, hardwerkende Nederlanders, tsunami's van asielzoekers, animal cops, kunstelites en 'gewone mensen'.

Nieuw is dat de kunstwereld - na het economische - ook het politieke neoliberale mantra heeft overgenomen en inmiddels ook categorisch onderscheid in mensen maakt. Rondom het uit de politiek overgewaaide adagium 'gewone mensen' worden de bakens in de kunstwereld verzet. Geheel conform de kiezersretoriek van de overheid is in de kunstwereld 'toegankelijkheid' het nieuwe criterium waaraan mensen die zelfs totaal geen behoefte hebben aan kunst hun tevredenheid kunnen toetsen. Tot nu toe bestond kunst uit een keur van uitingsvormen waar je als mens naar believen uit kunt kiezen en toegang tot had. Je kon zelf bepalen in welke mate en op welke manier je tot welke kunst toegang wilde hebben. Je kon van een schilderij van Mondriaan genieten, als je er niet helemaal mee uit de voeten kon dan las je er een artikel of boek over, en als het je niet interesseerde dan viel je oog wel op iets anders. Hoe dan ook is de kunst van Mondriaan op talloze manieren toegankelijk. Naar de huidige maatstaf zou Mondriaan verplicht de boel naar 'de gewone mensen' hebben moeten toeschilderen. Het zou een volkomen smeerboel zijn geworden wat zijn werk volstrekt onherkenbaar zou maken en dus volstrekt ontoegankelijk.

Hordes verwarde kunstenaars verlaten zich inmiddels op voor gewone mensen gefabriceerde troep, waarmee hun juist resoluut de toegang tot hun kunstenaarschap onthouden wordt. Ervaren kunstbemiddelaars spelen namens de gewone mensen een aangepaste onnozelheid, doen alsof ze kunst niet meer begrijpen omdat gewone mensen dat ook niet kunnen. Academici met bibliotheken thuis doen alsof ze niet meer kunnen lezen en pleiten voor gewone mensentaal. Kunstinstellingen maken in volstrekte rechtvaardiging achterlijke tentoonstellingen, omdat het voor de gewone mensen is. Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes preekt in het openbaar dat collegiale instituten, zoals de Appel of het Van Abbemuseum, voor de gewone mensen niet toegankelijk zijn. Pas als hij zijn zin krijgt en deze instituten sluiten zijn ze ontoegankelijk. Vanuit de politiek is de gewone mens als een Neanderthaler de kunstwereld binnengehaald en iedereen staat klaar hem een aangepast programma aan te smeren.

Maar een gewone mens bestaat niet. Hij bestaat alleen in de hoedanigheid van economisch of politiek marktbelang; gewone mensen is ordinaire business zoals elitair kunstvolk dat omgekeerd ook is. Wanneer de kunst de mens als markt beschouwt, in gelijke tred met economie en politiek, dan ontneemt ze zich haar scherpste wapen, namelijk als schepper van cultuur, als essentiële machtfactor van de samenleving, de noodzakelijke antithese van politiek en economie. De naïeve veronderstelling dat de kunst een maatschappelijke partij kan zijn als alle andere, gaat voorbij aan het feit dat het de natuur van de politiek is om van de kunst een beeld te maken. Er is niets dat de politiek die ambitie ontneemt, en nooit mag de kunst veronderstellen dat zij zich daaraan kan onttrekken. Ook deze regering - en de volgende - zal de kunst weer op een sokkel hijsen. Laat het een hoge zijn!

 

Hans van Houwelingen

This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it