projects books text cv publications contact

Thorbecke Monument Den Haag 2012

"eene kroon niet van één metaal noch van één gietsel, maar uit ongelijksoortige, op verschillende tijden en gronden aangekomene, stukken ineengezet."

Thorbecke1.jpg

Thorbecke2.jpg

geschiedenis

In Den Haag zijn de meeste monumenten opgericht ter nagedachtenis aan politieke figuren uit de vaderlandse geschiedenis. Opvallende afwezige in de reeks monumenten is echter de politicus en staatkundig hervormer, Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872), de grondlegger van de parlementaire democratie. Thorbecke was voorzitter van de grondwetscommissie, die een serie ingrijpende grondwetswijzigingen voorstelde die aan de basis lagen voor de nieuwe grondwet die op 3 november 1848 werd geproclameerd.

De grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden dateert van 1814 en is in de loop van de geschiedenis enkele malen gewijzigd. De grondwetsherziening van Thorbecke zorgde voor een enorme uitbreiding van de rechten van het parlement en legde de basis voor het huidige politieke stelsel. Ministeriële verantwoordelijkheid en de mogelijkheid tot ontbinding van de Kamer werden ingevoerd en er kwamen rechtstreekse verkiezingen. Nederland kreeg hiermee zijn huidige staatsvorm: een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. Hiermee werd het een land waar de feitelijke macht bij de volksvertegenwoordiging ligt.

 

In conservatieve kringen werd Thorbecke gehaat. In 1848 heerste een sfeer van spanning en revolutionaire dreiging in Europa: revoluties in Frankrijk en de Duitse gebieden, boerenopstanden in het oosten en midden van Europa. In Berlijn deden de liberalen een greep naar de macht. Omdat deze spanning ook in Nederland werd gevoeld gaf koning Willem II noodgedwongen opdracht tot een liberale hervorming van de grondwet. "Ik heb gemeend dat het beter zou zijn althans de indruk te maken vrijwillig toe te staan, wat ik naderhand misschien gedwongen zou zijn toe te geven". Enkele jaren daarvoor was Thorbecke al voorzichtig begonnen met een aanval op de autocratische macht van de koning. In Aanteekening op de Grondwet (1839-41), zegt hij: "eene kroon niet van één metaal noch van één gietsel, maar uit ongelijksoortige, op verschillende tijden en gronden aangekomene, stukken ineengezet." Koning Willem II , die tot op dat moment altijd als een overtuigde conservatief had geregeerd verzette op tijd de bakens en werd naar eigen zeggen in vierentwintig uur van conservatief liberaal. Verstandig blijkt achteraf, maar zeer tegen zijn zin in had hij zijn macht afgestaan en hij zou altijd conservatief blijven. Zoon Willem III heeft  er nooit een geheim van gemaakt ronduit een hekel aan Thorbecke te hebben. Vanuit dit perspectief is het niet zo niet vreemd dat een monument voor Thorbecke op politieke tegenstand stuitte en geen plaats kreeg in Den Haag.

 

locatie

Kort na Thorbecke's dood kwam er vanuit verschillende politieke richtingen de roep om zijn standbeeld. De opdracht hiervoor ging naar de Parijse beeldhouwer Ferdinand Leenhoff (1841-1914). Op 18 mei 1876 werd Thorbeckes monument onthuld, echter niet in Den Haag zoals de bedoeling was, maar in Amsterdam. Rembrandts beeld verhuisde naar de Botermarkt om op het Reguliersplein plaats te maken voor dat van Thorbecke. Voor deze gebeurtenis werden beide locaties omgedoopt tot Rembrandtplein en Thorbeckeplein. Het standbeeld dat in Amsterdam belandde was gemaakt voor Den Haag. Allicht, Thorbecke was politicus, grondlegger van ons parlementarisme en architect van de Grondwet van 1848. Hij had vrijwel zijn hele leven in Den Haag gewerkt en gewoond. Maar er was fundamentele onenigheid en geruzie in de Haagse gemeenteraad, door schrijver Vosmaer destijds samengevat als 'kleine veten, kruideniersargumenten, kipzonderkopredeneringen'. Op de achtergrond speelde de invloed van de conservatieve minister J. Heemskerk, die geen behoefte had aan een huldeblijk aan de liberale voorman. Eufemistisch gesteld waren de conservatieven niet blij met Thorbeckes liberale hervormingen.

Om de impasse te doorbreken werd het monument niet in Den Haag maar in Amsterdam geplaatst, wat eigenlijk niet had mogen gebeuren. Thorbeckes monument in Amsterdam is een politieke blunder. Zelf had de liberale voorman meer dan eens gezegd Amsterdam een beetje sloom te vinden, wat hem dubbelcynisch op zijn Amsterdamse sokkel doet staan. Bij de onthulling van het monument in 1876 sprak het liberale kamerlid Mr. G.M. van der Linden: "Thorbecke had vele vijanden, ik zal ze niet opsommen, velen zijn reeds op de weg der vergetelheid geraakt, en anderen zijn bestemd die weg te volgen."

 

timing

Opmerkelijk genoeg werd op 5 juni 1848, vrijwel tegelijkertijd met de invoering van Thorbeckes grondwet, op het Plein in Den Haag een monument van Willem van Oranje onthuld, gemaakt door de beeldhouwer Louis Royer (1793-1868). Het oorspronkelijke burgerinitiatief voor dit monument uit 1828 werd in 1840 door koning Willem II weer opgepakt. Ook over dit monument was jarenlang geruzied. Conservatieven en liberalen werden het niet eens over de wijze waarop Willem van Oranje moest worden afgebeeld. In het oorspronkelijke ontwerp van Royer was de prins staand afgebeeld met de linkerhand op zijn zwaard, in de rechterhand een papierrol. De liberalen vonden echter dat hij daarmee toch teveel als krijgsman was neergezet en te weinig als staatsman. Zij kregen hun zin, de linkerhand verhuisde van het zwaard naar het traktaat van de Unie van Utrecht, de in 1579 getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten die zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen en waarin staatkundige zaken werden geregeld op het gebied van defensie, belastingen en godsdienst. De Unie van Utrecht wordt daarom beschouwd als een eerste versie van de latere Nederlandse Grondwet, en vormt samen met het Plakkaat van Verlatinge (1581) en Vrede van Münster (1648) de grondvesten van de Nederlandse Staat. De rechterhand van Willem ging op zijn borst.

 

De onthulling van dit beeld vindt plaatst in de memorabele omstandigheid dat de grondlegging van de Nederlandse monarchie en de Nederlandse grondwet worden gevierd uitgerekend op het moment dat herziening van die grondwet die monarchie haar macht ontneemt. Terwijl Willem van Oranje de overwinning op het Spaanse koningshuis viert, viert Thorbecke de overwinning op het Huis van Oranje. Die precaire situatie werd destijds ook aangevoeld. Uit vrees voor revolutionaire ongeregeldheden werd de datum van de van onthulling zeer laat bekend gemaakt en het feest bescheiden gehouden.

 

iconografie

Het is veelzeggend dat er tegelijkertijd nog een tweede monument voor dezelfde Prins van Oranje werd opgericht, dat in 1845 op het Haagse Noordeinde werd onthuld. Onvrede over het jarenlange gedoe rond het monument op het Plein had koning Willem II er toe gebracht op eigen kosten een ander beeld van Willem van Oranje te laten maken. Hij had zich al vergeefs voorstander getoond van de hand op het zwaard, nu kon hij de Vader des Vaderlands naar eigen inzicht uitbeelden, zonder liberale bemoeienis. Tot zijn grote tevredenheid werd de prins door de franse beeldhouwer Emile de Nieuwerkerke (1812-1892) afgebeeld als ruiter, al was hij nooit krijgsheer geweest en ging hij nooit te paard. Vanuit de traditie was de taal van het ruiterbeeld echter onmiskenbaar, de ruiter toont zijn almacht in de wijze waarop hij het volk - altijd losjes - met de teugels in bedwang houdt.

 

Hoe anders is de representatie van het volk in de liberale versie van Willem van Oranje op het Plein. Daar ontbreekt iedere dwang, maar rust de machtige linkerhand op een document voor de vrijheid van steden en burgers. In dit beeld wordt geen paard bedwongen, maar zit een hondje dat trouw naar zijn baas opkijkt. Tegen het rechterbeen van de staande Prins zit zijn lievelingshond, Pompey geheten, waarvan wordt gezegd dat hij ooit Willems leven redde van een moordaanslag door op het gezicht van de slapende prins te springen. Anders dan het paard dat met teugels in bedwang gehouden wordt zit het hondje onaangelijnd aan de voeten van zijn baas, is het volgzaam omdat er goed voor hem gezorgd wordt. Een vrij maar gehoorzaam volk aan de voeten van de prinselijke macht kijkt op naar zijn meester. Op de sokkel zijn geruststellende motto: Saevis tranquillus in undis (Rustig te midden van de woelige baren).

 

Bovengenoemde drie monumenten in de stedelijke omgeving, twee in Den Haag en één dat niet in Den Haag mocht staan, geven gezamenlijk een helder beeld van het Nederlandse politieke krachtenveld in het midden van de negentiende eeuw. Met de dreigende sfeer van revolutie op de achtergrond, komt de strijd om de macht in deze monumenten ten volle tot uitdrukking. De spanning van deze sculpturen komt niet voort uit de keuze voor de geportretteerden, die is vanzelfsprekend en onvermijdelijk. Maar de onderlinge relatie tussen hun gesokkelde monumenten verraadt een zinderende spanning. Locatie, timing en iconografie van deze monumenten verhalen over de menselijke proportie in het politieke veld, brengen het straatniveau van de verdeling van de macht tot leven.

 

context

Nu, anderhalve eeuw later, is het initiatief genomen om alsnog een Haags monument voor Thorbecke op te richten. Aan welke criteria moet een nieuw monument voldoen, dat eigenlijk al had moeten bestaan. Er moet antwoord gevonden worden op de paradoxale vraag hoe een monument anno 2012 zich over het heden uitspreekt en zich tegelijkertijd kan roeren in het politieke spanningsveld rond 1848. Anders gezegd, hoe kan dit Thorbecke monument zich intelligent verhouden tot de historische monumenten die zo indringend over de invloed van Thorbecke verhalen, tevens hedendaags zijn. Een monument dat thans wordt toegevoegd aan de historische collectie, die subtiel balanceert op het negentiende-eeuwse politieke koord, verplicht zich die dans te versterken.

Daarbij rijst de vraag hoe binnen de monumentale traditie van gesokkelde macht een politicus kan worden gesokkeld die de macht constitutioneel wilde verdelen: Thorbecke wilde de macht ontsokkelen en wordt om die reden op een sokkel gezet.

Antwoorden op deze vragen dwingen tot de formulering van een eigentijdse definitie van 'het monument'. Het is in dit licht belangrijk te kijken hoe timing, locatie en iconografie zich heden ten dage verhouden tot de negentiende-eeuwse tegenspelers.

 

De gedachte ligt voor de hand een keuze te maken tussen een in zekere zin traditioneel kunstwerk naar Thobecke gelijkenis, of meer richting Thorbeckes gedachtegoed, een verbeelding van vrijheid en democratie. Echter geen van beide voldoen. De controverse rond de oprichting van het monument voor koningin Wilhelmina ligt wat dat betreft nog vers in het geheugen, toen de stad een keuze moest maken tussen een nauwelijks inhoudelijk aan het postuur van de vorstin gelijkend beeld of een inhoudelijk aan de verdienste van de vorstin refererend lint van keien. Recentelijk speelde hetzelfde dilemma in Amsterdam bij de oprichting van een Spinoza monument. Om zichzelf te fêteren met de naam Spinoza plaatste Amsterdam een beeld van hem, herkenbaar aan het oude tientje. Om het gebrek aan inhoud te compenseren werd tegelijkertijd elders in de stad een tweede monument gemaakt dat als ‘manifestatie' aandacht besteedde aan de betekenis van Spinoza's werk. Het werd dus een huls zonder inhoud plús een inhoud zonder huls. Het geeft te denken dat er twee monumenten verzonnen moeten worden omdat één niet de lading dekt.

 

Aan een anderhalve eeuw later opgericht monument dat boogt op een fysieke gelijkenis met Thorbecke, ontbreekt enige intellectuele inhoud. Gooi hem niet te grabbel aan citybranding en de alomtegenwoordige retro-handel in identiteit. Dat is opportunistische geschiedvervalsing, die juist van het ontbreken van identiteit getuigt. Als Thorbecke met ontzag ingebracht wordt om de betekenis van de democratie onder de aandacht te brengen, dan mag zijn inhoud niet verdampen en hij niet veroordeeld worden tot zijn bronzen schil.

Maar evenzeer rijst de vraag of een monument dat zich op Thorbeckes gedachtegoed richt het gat in de Haagse monumentencollectie kan opvullen. Hoe moet dat kunstwerk zich tot het heden verhouden als het de geschiedenis in acht wil nemen? Moet het een postuum saluut zijn aan de politicus die al 140 jaar dood is, of een levende interpretatie van zijn gedachtegoed? Waar liggen, in het laatste geval, dan de accenten in deze tijd? Zou vervolgens een hedendaagse invulling van het gedachtegoed van Thorbecke zich nog wel verhouden tot de persoon Thorbecke? Thorbeckes liberalisme heeft door de tijd heen herhaaldelijk

wendingen ondergaan en een eventuele hedendaagse uiting van vrijheid en democratie is ten aanzien van het authentieke gedachtegoed van Thorbecke ongetwijfeld willekeurig.(1)

 

ontwerp

Graag doe ik een voorstel voor een monument dat vanuit twee richtingen in de tijd beweegt. Van de negentiende eeuw blikt het naar nu, vanwaar het weer de geschiedenis in kijkt. Het Amsterdamse beeld van Thorbecke wordt gescand en exact in spiegelbeeld gekopieerd weer in brons gegoten.(2) De 19e eeuwse Thorbecke die niet in Den Haag mocht staan en zijn 21e eeuwse spiegelbeeld dat er wel een plaats gegund is, treden in een aanhoudend gesprek, anderhalve eeuw van elkaar verwijderd. Thorbecke zelf reflecteert de tijd terug, van het heden naar het moment waarop hij zijn Grondwet proclameerde.

Het beeld voegt zich in het straatbeeld zoals dat zich in de vorige eeuw zou hebben moeten doen. Het ontwerp doet recht aan Thorbeckes 19-eeuwse postuur, het is kort na zijn dood gemaakt, maar reflecteert tevens anderhalve eeuw Nederlandse geschiedenis ná hem, een periode waarin zijn Grondwet gestalte kreeg. Hij vestigt zich alsnog in de stad waar hij thuishoort, in zijn oude kostuum maar met frisse hedendaagse blik. Met de kennis van nu reflecteert hij op de geschiedenis van de Nederlandse staatsmacht, de overgang van absolute monarchie naar een constitutionele monarchie, van autocratie naar democratie. Zijn spiegelbeeld toont de samenleving die zijn Grondwet heeft voortgebracht.

 

Retrospectief toont zijn negentiende eeuwse tegenspeler, Willem van Oranje op het Plein, frappante overeenkomst met Thorbecke, niet in gelaat maar in de pose waarin zij zich beide vanaf hun sokkel aan het volk tonen. Thorbecke gespiegeld staat in exact dezelfde houding als Willem van Oranje. Zijn linkerhand rust echter niet op de Unie van Utrecht van 1579, maar op de Grondwet van 1848. Waar Willem van Oranje zich voor de vrijheid van steden en burgers tegen de macht van het Spaanse koningshuis had gekeerd, streed Thorbecke voor dezelfde vrijheid, tweehonderd jaar na Willems succes, tegen de monarchale macht van het Huis van Oranje. De tijd heeft de macht verschoven, maar zijn pose blijft gelijk. Beide de linkerhand op hun wet, de rechter op het hart.

 

De vraag is hoe het Nederland de komende eeuwen zal vergaan. De tijden zijn ongewis. Zal er ooit weer een vaderlandse held in dezelfde pose worden gesokkeld? Maar er is één zekerheid: de plaats van het volk, de immer voorwaardescheppende factor van macht. Willem van Oranjes hondje zit thans keurig aan het been van Thorbecke. Het kijkt op naar de vader van de moderne liberale rechtsstaat, die de macht van Kroon ten faveure van meer democratie en volksinspraak beperkte en tegelijkertijd de eindelijk verworven Nederlandse onafhankelijkheid en eenheid bekroonde. Het hondje is een stukje afgietsel van het monument van Willem van Oranje dat aan dat van Thorbecke is toegevoegd. Op sokkel Thorbeckes citaat: ‘eene kroon niet van één metaal noch van één gietsel, maar uit ongelijksoortige, op verschillende tijden en gronden aangekomene, stukken ineengezet'?

Zoals Thorbecke zich de macht voorstelde, zo is zijn monument nu opgebouwd: stukken beeldhouwwerk, afkomstig van - inclusief zijn eigen - verschillende monumenten van de macht uit verschillende tijden in de vaderlandse geschiedenis, gekopieerd, gespiegeld, door de tijd veranderd, weer ineengezet. Met ultramoderne technologie wordt de negentiende eeuw gescand en in de eenentwintigste gespiegeld. Het traditionele vakmanschap van de romantische beeldhouwkunst wordt in strenge digitale data van het heden geprojecteerd. Het monument spiegelt niet alleen Thorbecke als persoon, maar ook zijn macht, zijn tijd, zijn omgeving, zijn tegenkrachten, zijn stad, zijn geschiedenis en zijn beeldhouwkunst. En omgekeerd spiegelt het de huidige tijd, de hedendaagse kunst, de technologie en de wijze waarop in deze tijd de macht zich toont. Thorbeckes ideaal om de macht te verdelen weerspiegelt zich bijna letterlijk in de samenstelling van zijn monument. Het hondje aan zijn voeten is hem trouw, evenals hij dat zijn Oranje baasje is gebleven. Het volk sokkelt de macht, immer aan zijn voeten.

 

Hans van Houwelingen / juni 2011

 

(1) Het toeval wil dat Nederland voor het eerst sinds Cort van der Linden (1913-1918) weer een liberale minister-president heeft. Cort van der Linden had een afkeer van het traditionele negentiende-eeuwse liberalisme, maar voelde zich evenmin thuis bij het post-thorbeckiaanse liberalisme. Hij pleitte voor de oprichting van een sociaal-liberale partij omdat in zijn de ogen de nadruk op individualisme en laissez-faire te ver was doorgeslagen, waarmee het liberalisme eind negentiende eeuw een nieuwe wending kreeg. Zijn huidige opvolger, premier Mark Rutte, gaf in 2008 als VVD-leider bij het herzien van de beginselverklaring aan dat, evenals een ruime eeuw geleden, ook nu het liberalisme aan vernieuwing toe is. Vanwege de uitdijende verzorgingsstaat die individueel talent en individuele vrijheid langdurig tekort heeft gedaan, ziet Rutte zich genoodzaakt juist weer meer nadruk op het individu te leggen.

 

(2) Al eerder werd een  standbeeld elders gekopieerd om achteraf de Haagse beeldencollectie op orde te brengen. Het standbeeld van koning Willem II, dat in 1854 was onthuld, werd in 1924 verwijderd en vervangen door een kopie van zijn beeld dat sinds 1884 in Luxemburg staat, een ruiterbeeld gemaakt door de Franse beeldhouwer Victor Peter (1840-1918). Hoewel hij in het oorspronkelijke beeld ook als militair is afgebeeld, werd een ruiterbeeld geprefereerd. Gezien zijn militaire inborst die ook zijn voorkeur voor een ruiterbeeld van Willem van Oranje bepaalde, leidt het geen twijfel dat de koning zich goed zou hebben kunnen vinden in deze correctie in het stedelijke beeld.