Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact

ontwerp noord-west Veluwe / Doornspijk / transferium

toelichting Hans van Houwelingen / 2011

 

Transferium

 

inleiding:

Sinds 1983 besteedt de provinciale overheid één procent van de kosten van de bouw van wegen en civiele werken langs de provinciale weg aan kunst. In de noord-west Veluwe sloegen de provincie en de Stichting Landschapsbeheer, die een cultuurhistorisch wandelpadennetwerk in de randmeerkust ontwikkelt, de handen artistiek ineen. Die samenwerking brengt de kunst letterlijk op het kruispunt van hun wegen, inhoudelijk op het snijvlak van hun beleving.

 

context:

Het veiligheidsdogma in de wegenbouw heeft de laatste decennia een exorbitante lelijkheid veroorzaakt in het landschap. Geen landelijk weggetje zonder het verschoten rode fietspad en de oogverwoestende rotonde. Meestal met kunstwerken erop die ongewild bevestigen waartegen ze zijn bedoeld: de mensen afleiden van de lelijkheid van dit noodzakelijke kwaad. Formeel heet het dat deze kunstwerken dienen ter verfraaiing van de autoweg, ter bevordering van de cultuur van de streek, feitelijk schieten ze dit politieke en hun artistieke doel voorbij.

Het wandelpadennetwerk loopt over historische routes en kerkenpaden. Verdwenen paden worden weer bovengronds gehaald en kleine typerende landschapselementen als houtwallen, singels, hakhoutbosjes in ere hersteld. Het idee is een impuls te geven aan de kwaliteit van het landschap en de identiteit van de streek. Het doel is ook hier tweeslachtig: behoud van de eigen cultuur maar ook een economische impuls voor toenemend toerisme.

 

In de praktijk betekent dubbele ambitie meestal dat een economische doel in camouflagepak de kwetsbare eigen cultuur slachtoffert tot een toeristische anekdote. Er zit vaak een luchtje aan als de eigen cultuur zich om zijn eigen cultuur bekommert en de noodzaak voelt om haar te duiden. De eigen cultuur is demagogische goochelwaar en is in politieke handen vogelvrij. We prijzen de eigen cultuur die een Mozart en Reve hebben voortgebracht, maar vinden gelijkertijd dat hun publiek bestaat uit elitaire uitvreters. De toenemende mate waarin kunst en cultuur dienen als electoraal wisselgeld leidt tot nieuwe de parameters in de relatie kunst en politiek. Waakzaamheid is geboden.

 

opdracht:

Zoals de kunst in de noord-west Veluwe zichtbaar gaat worden op het kruispunt van de wegen, zo kruist bovenstaande zwaar aangezette  context de fijnheid van de aard van deze opdracht. Hoe zorgvuldig en verfijnd kan de kunst beantwoorden aan tegengestelde criteria: op het snijvlak van wandelpad en autoweg, cultuur en natuur, cultuurhistorie en commercie, gelovige en toerist? Hoe introvert en extravert kan een kunstwerk tegelijkertijd zijn?

Het is een genoegen in deze omstandigheid uitgenodigd te worden door een opdrachtgever die zelf zorgvuldigheid betracht, die het vooronderzoek van F.E. van der Weide daadwerkelijk en vrijwel letterlijk door laat klinken in de opdrachtformulering. Al is het de vraag hoe de provincie ze zal wegen, de conclusies van F.E. van der Weide - dus mijn opdracht - hebben een subtiele artistieke focus. Zeker in deze tijd hunkert de samenleving naar artistiek inzicht, ook al brult zij het tegendeel. Ik heb mij dan ook volledig aan de opdrachtformulering gehouden.

 

ontwerp:

"Er wordt steeds meer gereisd en dus meer tijd doorgebracht op de weg, vaak elke dag hetzelfde traject, en veelal korte afstanden binnen de

provinciegrenzen."

De bus stopt, de mensen stappen in of uit. Voor veel mensen in het dorp is het een dagelijkse gang, wie vertrekt stapt in, wie aankomt stapt uit.

De bus geeft niet prijs of hij is aangekomen of vertrekt, het is maar net hoe je het bekijkt. Zijn hoedanigheid is in transitie, in staat van overgang tussen aankomst en vertrek. Twee identieke bushaltes aan beide zijden van de N310 benadrukken dat nog eens extra, de ene bus komt aan uit de richting waarin de andere vertrekt.

 

Het transferium aan de rand van het dorp Doornspijk en de begraafplaats liggen stijf tegen elkaar. Beide bushaltes daar hebben de bestemming 'begraafplaats', wat een bijzonder licht op de plek laat schijnen. Duizend maal ben je op die halte aangekomen maar ooit zal het de laatste keer zijn. Duizend keer ben je er ook vertrokken zonder besef dat je vandaar eens voorgoed vertrekt. De reis loopt hier vroeg of laat ten einde.

Dit is het transferium, de aankomstbestemming en de plaats van vertrek. De religieuze zal voorgoed van deze halte vertrekken, de ongelovige er voor eeuwig zijn aangekomen.

Aan de wandelaar trekt alle drukte voorbij, hij ziet een stroom mensen die aankomen waar ze gaan vertrekken en vertrekken van waar ze waren aankomen. Het is de dagelijkse gang van allen, waaraan ook hij niet kan ontsnappen. Ook hij stapt vroeg of laat op. Hij is verplicht te reizen, in welke richting ook, tot de dood erop volgt. Het transferium bepaalt aankomst en vertrek.

 

De gedachte was aanvankelijk om de twee identieke bushaltes op hun afdak te voorzien van de woorden 'aankomst' en 'vertrek'. Onmiddellijk dient zich de dubbelzinnigheid van deze woorden aan, je kunt immers op grond van deze woorden niet bepalen of de bus op die halte daar zal aankomen of vertrekken. Verderop besloot ik het ontwerp iets zwaarder aan te zetten, door te kiezen voor de woorden 'levenden' en 'doden'. Er ontstaat een voortdurend gesprek tussen beide haltes aan weerszijde van de weg. De existentiële associatie van deze woorden met het wachten, het reizen, de richting, de anderen, de dagelijkse gang, de streek, religie en de dood zetten dit transferium in een betekenisvol licht, levenslicht. Ik denk een mooi, streekgebonden transferium van introversie en extraversie, van doelgerichtheid met een seconde van bezinning, want de bus vertrekt..... zoef, was dat kunst?