Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact

Gedane zaken nemen keer!

Hans van Houwelingen

 

Omissie

Op het gebied van herdenkingsmonumenten voert Den Haag in Nederland de boventoon. De meeste werden opgericht voor belangrijke personen uit de vaderlandse geschiedenis. Daarin nemen staatslieden de grootste plaats in: van Graaf Willem II van Holland (1228-1256) tot aan Willem Drees (1886-1988). Deze historische figuren zijn representatief voor het Nederland waarin we nu leven: een modelstaat voor de vrijheid en democratie. Opvallend is echter dat de grondlegger van de moderne democratie, Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872), daarin niet terug te vinden is. Thorbecke was voorzitter van de Grondwetscommissie die in 1848 van koning Willem II - geschrokken van de grote politieke onrust in het buitenland - de opdracht kreeg een nieuwe grondwet te ontwerpen. In zijn toespraak sprak de koning: ‘Ik heb gemeend dat het beter zou zijn althans de indruk te maken vrijwillig toe te staan, wat ik naderhand misschien gedwongen zou zijn toe te geven'. Met de nieuwe grondwet werd de koning zijn absolute macht ontnomen en werd Nederland een constitutionele monarchie, waarbij der macht bij de volksvertegenwoordiging ligt. Er kwamen rechtstreekse verkiezingen en uitbreiding van parlementaire rechten. Ook werd de ministeriële verantwoordelijkheid en de mogelijkheid van Kamerontbinding ingevoerd. De grondwet werd geproclameerd op 3 november 1848 en heeft van Nederland uiteindelijk een moderne democratische staat gemaakt.

 

Thorbecke in Amsterdam

Kort na Thorbeckes dood kwam er vanuit verschillende politieke richtingen de roep om een standbeeld. Het was de bedoeling dat het monument in Den Haag geplaatst zou worden. Allicht, Thorbecke was politicus, grondlegger van ons parlementarisme en architect van de Grondwet van 1848. Hij had vrijwel zijn hele leven in Den Haag gewerkt en gewoond. Maar er was fundamentele onenigheid en geruzie in de Haagse gemeenteraad, door schrijver Vosmaer destijds samengevat als 'kleine veten, kruideniersargumenten, kipzonderkopredeneringen'. Op de achtergrond speelde de invloed van de conservatieve minister J. Heemskerk, die zich opwierp tegen een huldeblijk aan de liberale voorman. Eufemistisch gesteld waren de conservatieven niet blij met Thorbeckes liberale hervormingen. Om uit de impasse te komen werd het beeld naar Amsterdam gebracht en kwam het op het Reguliersplein te staan, dat na de onthulling op 20 mei 1876 omgedoopt werd in Thorbeckeplein. Daarmee was de kous af, en gedurende een eeuw heeft niemand zich nog bekommerd over de vraag of het Thorbeckemonument wel in de juiste stad terecht was gekomen, maar het is een historische vergissing dat Thorbeckes grondwet in Amsterdam wordt herdacht. Een monument voor Thorbecke hoort thuis in Den Haag, daarover bestaat geen twijfel.

 

Thorbecke in Den Haag

Het is niet toevallig dat er nu in Den Haag, honderdzestig jaar na de invoering van de parlementaire democratie, het initiatief ontstaat alsnog een Thorbeckemonument op te richten, Na anderhalve eeuw wordt de parlementaire democratie bedreigd door het parlement zelf. Niet eerder liet de politiek zich zo de wil van het electoraat opleggen en zaagt kiezerspopulisme aan de poten van Thorbeckes parlementaire systeem. Een politicus is niet meer de ideologische visionair, maar een electorale zakenman die de taal van de straat spreekt om een gefrustreerde en boze samenleving voor zich te winnen. Wie anders dan Thorbecke kan de volksvertegenwoordiging weer in het gareel krijgen? Wie anders dan Thorbecke kan er op wijzen dat het parlement het volk dient te vertegenwoordigen en niet andersom? Wie anders is beter in staat de grondwet te beschermen dan de bedenker zelf?

         Maar evenzeer rijst de vraag of een monument dat zich op Thorbeckes gedachtegoed richt het gat in de Haagse monumentencollectie kan opvullen. Hoe moet dat kunstwerk zich tot het heden verhouden als het de geschiedenis in acht wil nemen? Moet het een postuum saluut zijn aan de politicus die al anderhalve eeuw dood is, of een levende interpretatie van zijn gedachtegoed? Waar liggen, in het laatste geval, dan de accenten in deze tijd? Zou vervolgens een hedendaagse invulling van het gedachtegoed van Thorbecke zich nog wel verhouden tot de persoon Thorbecke? Thorbeckes liberalisme heeft door de tijd heen herhaaldelijk

wendingen ondergaan en een eventuele hedendaagse uiting van vrijheid en democratie is ten aanzien van het authentieke gedachtegoed van Thorbecke ongetwijfeld willekeurig.

 

Spinoza in Amsterdam

Het probleem dat is ontstaan door de historische blunder van de Haagse gemeenteraad om het Thorbecke-monument in 1876 te weigeren biedt echter ook uitkomst. In feite doet er zich in Amsterdam een vergelijkbare situatie voor als in Den Haag, namelijk rondom Nederlands beroemdste en radicaalste filosoof Baruch Spinoza (1632-1677). Deze geboren en later uit zijn stad verbannen joodse Amsterdammer heeft in Amsterdam geen monument, maar wel één in Den Haag.

         In 2007 werd het initiatief genomen voor het alsnog oprichten van een Spinoza-monument in Amsterdam. Ook dat initiatief komt niet zomaar uit de lucht vallen. De reputatie van Amsterdam, als één van de meest tolerante steden van de wereld, staat onder druk. Vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting botsen op een steeds grimmiger wijze. Spinoza was als vrijdenker een vurig pleitbezorger voor de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geloof. Hij beweerde dat er geen door God gegeven wetten zijn, maar dat godsdiensten mensenwerk zijn. Hij vond menselijk verstand belangrijker dan godsdienst en beriep zich op liefde en rechtvaardigheid; precies dat waar het in Amsterdam aan schort en waar de stad zo graag weer wat van terug wil hebben. Een monument voor Spinoza hoort in Amsterdam, daarover bestaat ook geen twijfel.

         Zoals Thorbecke de democratie tot de orde roepen kan, zo kan Spinoza het belang van de vrijheid van geest weer onder de aandacht brengen. Ook Amsterdam buigt zich over de vraag aan welke criteria een nieuw monument moet voldoen. Ook hier wordt het probleem gevoeld, maar zijn er gemakshalve twee monumenten bedacht: voor de gewone man een bronzen Spinoza-standbeeld, niet meer dan een gelijkend beeld waaraan iedere intellectuele inhoud ontbreekt en voor de kunstliefhebber een artistieke plek voor allerlei activiteiten in de geest van Spinoza. Een vorm dus zonder inhoud plus een inhoud zonder vorm. Deze voor-ieder-wat-wils-Spinozastad branding schiet tekort en is feitelijk absurd: twee monumenten, omdat één niet de lading dekt.

 

Monumentenruil

Vier jaar nadat Den Haag het monument voor Thorbecke weigerde werd in 1880, ook nu weer na jaren van politiek geharrewar vanwege zijn door velen als subversieve en atheïstische beschouwde denkbeelden, het Spinozamonument onthuld.1 Spinoza had acht jaar in Den Haag gewoond en is er gestorven. Het toeval wil dat Thorbecke acht jaar in Amsterdam gewoond heeft. Slechts deze vormfeiten binden hen aan hun huidige standplaats. Spinoza is met moeite in de nabijheid van zijn sterfhuis neergezet, Thorbeckes beeld in Amsterdam staat weliswaar op een betere locatie maar verkeerd om, met de rug naar zijn plein. Hij heeft zich verontwaardigd afgekeerd van zijn collega Rembrandt, een paar meter verderop, die recentelijk werd vergezeld door een bronzen Nachtwacht. De ontering van de meester door deze carnavalsreproductie tekent de nonchalance en het opportunisme waarmee monumenten worden omgeven.

 

Gedane zaken

...nemen geen keer normaal gesproken, echter in dit geval misschien wel.

De vaderlandse helden van de vrijheid en de democratie horen in hun historische context te staan, op de plek waaruit ze hun betekenis het best tot zijn recht doen komen. Thorbecke hoort in Den Haag en Spinoza in Amsterdam. Een juiste omgeving voor deze monumenten doet recht aan hun betekenis. Hun beider geschiedenis maakt een uitwisseling aannemelijk. Den Haag en Amsterdam kunnen het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza in deze tijd haarfijn onder de aandacht brengen, door hun monumenten voor Spinoza en Thorbecke te ruilen.

         Een correctie op de historische politieke blunders met betrekking tot de herdenking van deze grote Nederlanders plaatst hun betekenis in het heden. Met een verhuizing klampt de betekenis van deze authentieke negentiende-eeuwse monumenten zich aan de actualiteit, zonder echter enig geweld te doen aan hun historische verschijning in het straatbeeld. De nieuwe locatie van hun gedenktekens actualiseert het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza, maar laat het in zijn waarde.

 

Resultaat

In essentie is de feitelijke uitvoering van deze ruil een hedendaags kunstwerk dat zijn gelijke niet kent; gedenktekens ruilen is een onbekend fenomeen. Net als bij hun oprichting in 1876 en 1880 zal er dan ook nu veel stof opwaaien. Het gedachtegoed van Thorbecke en Spinoza en hun betekenis voor Den Haag en Amsterdam in deze tijd zal op velerlei wijzen worden uitgelegd, wat een goed beeld geeft van de krachten waarmee deze monumenten zijn omgeven. Als de huidige initiatieven in Den Haag en Amsterdam erop zijn gericht Thorbecke en Spinoza in te zetten om de maatschappelijke discussie over vrijheid en democratie te voeden, dan leidt een ruil van hun monument automatisch tot inhoudelijk debat. Daarmee voldoet het op hedendaagse wijze aan de wens om de vaderlandse geschiedenis tot leven te wekken. Het brengt de geschiedenis tot leven, wat onmiskenbaar en oprecht zal bijdragen aan de thans zo populaire zoektocht naar de nationale identiteit.

 

Noten

1. Het in 1876 onthulde Amsterdamse monument voor Johan Rudolf Thorbecke is ontworpen door Ferdinand Leenhoff (1841-1914). Frédéric Hexamer (1847-1924) ontwierp het in 1880 in Den Haag onthulde monument voor Baruch Spinoza.