Toelichting ontwerp Purmerend / Weidevenne / terrein voormalige betoncentrale / Purmerend Prosperity Mach Eén & Purmerend Prosperity Mach Twee / Hans van Houwelingen 2007/8

Heart-Beat Purmerend Prosperity Mach Eén

De kraan van de voormalige betoncentrale van Purmerend, waarmee de zandschepen op het Noord Hollands kanaal werden gelost, was jarenlang het symbool voor de vooruitgang van Purmerend. Een louter functionele machine kreeg onbedoeld een symbolische functie en werd een landmark voor de stad.
In de moderne tijd werd beton het belangrijkste materiaal voor wederopbouw en vooruitgang. Voorspoed betekent bouwen, bouwen betekent beton. De betoncentrale in Purmerend was belangrijk voor locale economie, maar stond eveneens symbool voor een tijd van wederopbouw en voorspoed. Het is begrijpelijk dat de fiere kraan op het terrein van de betoncentrale een culturele betekenis kreeg. Het aanschouwen van die kraan betekende opgestroopte mouwen; er werd gewerkt aan een toekomst.
Nu de kraan verdwenen is wordt hij gemist. Waarschijnlijk niet alleen als landmark, maar vooral als representant van een tijd waarin idealen en hard werken de toekomst verzekerden.

De opgave is een kunstwerk te ontwerpen dat de kraan vervangen kan. De belangrijkste vraag hierbij is of dit kunstwerk behalve een landmark ook een betekenis kan genereren die recht doet aan het gevoel van die tijd waarin de kraan functioneerde. Vanzelfsprekend voor een nieuw landmark is dat namelijk allerminst.
Rond de jaren zeventig werden in Nederland door kunstenaars tientallen landmarks gemaakt. Meestal min of meer abstracte, grote objecten van staal. Als landmark voldoen deze objecten wel, maar de inhoud die ze prijsgeven is helaas die van een, achteraf gezien, minder geslaagde episode in de geschiedenis van kunst in de openbare ruimte. Het is daarom belangrijk te voorkomen dat een nieuw landmark op de plaats van de oude kraan, ongewild een artistiek dieptepunt representeert, in plaats van stedelijke vooruitgang.
Als er opnieuw een landmark moet verrijzen op deze plek, kan een artistieke verwijzing niet volstaan, zonder dat er een duidelijk en logisch verband bestaat tussen dit nieuwe symbool en het oude symbool. Mijn voorstel is daarom om het enige restant van de oude kraan, de zeventig meter lange betonnen richel waarop de rails waren gemonteerd, als relikwie te gebruiken.

Dit authentieke overblijfsel van de kraan heeft van zichzelf echter weinig esthetische kwaliteit. Daarom moet niet alleen de huidige vorm van deze strook blijven bestaan, maar ook zijn functie als rail. Indien hij zou worden aangetast of zijn functie zou veranderen, om bijvoorbeeld als sokkel te dienen voor een kunstwerk, dan zal er niets anders van over blijven dan een nietszeggende lelijke betonnen strip.
Uitgangspunt is daarom geweest een esthetische kwaliteit toe te voegen, zonder de nostalgische kwaliteit daarbij om zeep te helpen. Het probleem is echter dat de scherpe roestige bouten en andere uitstekende stukken ijzer onherroepelijk veiligheidsproblemen zullen geven.
Het voorstel - mach één - is om de lange betonnen rand opnieuw te voorzien van stalen rails. Het ziet er dan weer uit zoals het was: een rails voor de kraan van de betoncentrale. Op twee, of eventueel meerdere, punten schieten de rails als een cardiogram de lucht in. Een nieuwe landmark ontspruit vrijwel letterlijk uit de bewogen geschiedenis van de oude kraan. Het is de registratie van de dynamiek van deze plek: zijn hartslag.