Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact

Windpark Papemeer, Zoeterwoude
In opdracht van Stichting Kunst en Ciltuur Zuid-Holland, Rijswijk
Hans van Houwelingen 2007

Seinmolen 2007 / Zelden van Passe 1642

Achtergrond
Het jaar van de molens, tot voor kort zou deze titel niet meer behelzen dan een nostalgische blik op de monumentale oude windmolens in het Nederlandse landschap. Het zou niemand anders betreffen dan toegewijde liefhebbers die de aandacht vestigen op het historische belang van deze authentieke bouwwerken en de noodzaak ze voor de toekomst te behouden.
Pas sinds kort, eigenlijk pas sinds eindelijk ook de Amerikanen door All Gore’s Inconvenient Truth zijn wakker geschud, is de opwarming van de aarde een wereldissue en staat windenergie in nieuw daglicht. Iedereen lijkt zich er plotseling van bewust te zijn dat het klimaat verandert ten gevolge van CO2 uitstoot en wereldwijd is men ervan doordrongen dat daar iets aan gebeuren moet. Uiteraard betekent dat in Nederland een nieuwe impuls voor windenergie. Het jaar van de molens vestigt de aandacht dan ook niet alleen op het belang van windmolens, maar op de toekomst van de mensheid.

Het opwekken van energie met wind wordt in Nederland al enkele decennia toegepast. De moderne windturbine is niet meer weg te denken in het Nederlandse landschap. Toch is het geen onverdeeld succes. Een impasse in de discussie over windenergie bestaat al zo lang als de windturbine zelf: windenergie is schoon, dus wenselijk, maar de windturbines vervuilen het landschap. Alle pogingen ten spijt blijkt het onmogelijk windturbines in het landschap te plaatsten zonder dat er verstoring optreedt. Hoewel brandschoon heeft de moderne windturbine de reputatie van noodzakelijk kwaad.
Zeker nu de vermindering van CO2 uitstoot zo hoog op de agenda staat is het noodzakelijk mogelijkheden te onderzoeken om aanvaardbaar met windenergie om te gaan. In 2006 deed Senter Novem in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een aantal ontwerpers het verzoek om onderzoek te doen naar de betekenis van windturbines en de toepassing van windenergie. In tegenstelling tot vele eerdere onderzoeken ging het nu niet om de zoveelste ideale opstelling van turbines in het landschap, maar om een semantische benadering. Bijgaand leest u het verslag van mijn bijdrage aan dit onderzoek.  
Het kunstwerk dat u mij vraagt te ontwerpen, in het kader van het jaar van de molens, is op bevindingen in dit onderzoek gebaseerd. Kort gezegd: bij de toepassing van windenergie worden twee tijdsgewrichten noodgedwongen tot elkaar veroordeeld. Ook al betreft het ultramoderne techniek, het inmiddels postmoderne landschap moet zich schikken in een modernistisch aandoend industrialisatie offensief van windturbines. Windturbinefabrikanten zoeken naar een uniform product met een zo hoog mogelijk economisch rendement. De betekenisloosheid en monotonie die dat tot gevolg heeft werkt contraproductief ten opzichte van de behoefte aan eigenheid en identiteit.
Mijn voorstel is om deze status-quo te doorbreken door op bepaalde specifieke locaties windturbines in te zetten die niet a-priori een economisch functie hebben maar een culturele. Mijn voorstel is met windenergie de betekenis van een specifieke omgeving te versterken.




Ontwerp
Aan de A4, ter hoogte van Zoeterwoude-dorp staat de Zelden van Passe, een zogenaamde seinmolen, die in 1642 werd gebouwd. Het toeval wil dat deze molen destijds ook niet a-priori een economische functie had. Bij een te hoge waterstand gaf een aan één van de wieken bevestigde zwarte vlag aan andere molenaars het teken dat er gestopt moest worden met malen. Enkel een geïnteresseerde wandelaar kan deze historische betekenis lezen op een toeristisch bordje nabij de oude molen.
Met het oog op de toekomst van de mensheid zou ik deze historische functie opnieuw in het leven willen roepen. Net als in de zeventiende eeuw, geeft nu één van de twee moderne Enercon windturbines naast de Zelden van Passe een sein met een zwarte wiek. Deze moderne energiemachine heeft het stokje overgenomen van zijn oude collega in ruste, die in zijn tijd ook essentieel was voor de overleving.
Eén zwarte wiek aan de witte windturbine seint naar zijn omgeving, en verder. In deze tijd niet vanwege het boezemwater, maar wel vanwege de aarde en de noodzaak die te verzorgen. Deze molen seint naar de mensen in Zoeterwoude en naar duizenden automobilisten op de A4. Deze windmolen seint naar de media en naar de wereld.
Niet eerder werd een moderne windturbine om inhoudelijke reden ingezet. Niet eerder was het een drager van cultuur, bedoeld om betekenis te verbreiden. Daarom seint hij ook naar andere windmolens, milieuorganisaties en energieproducenten. Hij is het startsein van een hopelijk frisse wind in de discussie over windenergie.

Motivatie.
Na uw toelichting en de bezichtiging van de door u gekozen locatie was het voor mij duidelijk dat een jaar van de molens alleen in een breed perspectief kan worden gezien. De confrontatie tussen de Zelden van Passe, de twee Enercon windturbines en het razende verkeer op de A4, is op zich een enerverend tijdsbeeld dat menigeen niet is ontgaan. Een kunstwerk op die locatie kan alleen doeltreffend zijn in samenspraak met dit complete beeld. Het betrekken van het verkeer op de A4 is dan ook een dwingend uitgangspunt in mijn ontwerp, dat de moeite om het tot stand te brengen hopelijk zal billijken.
Het Windpark Papemeer, zoals de locatie van de moderne windturbines wordt genoemd is in eigendom van Prodeon BV, een windontwikkelaar uit Zwolle. Graag zou ik in een gesprek met deze ontwikkelaar willen wijzen op de toegevoegde waarde van dit kunstwerk. Als vervolg op mijn lezing over dit onderwerp in 2006 bleek, in gesprek met Senter Novem en een collega windontwikkelaar, dat er serieuze marketingvoordelen denkbaar zijn bij een culturele toepassing van windenergie. Er zijn reële vooruitzichten dat een markt kan worden gecreëerd waarin economische motieven zich goed verstaan met hedendaagse betekenisgeving. Er zit winst in het imago van windenergie.
Alhoewel demontage, transport, spuiten en montage van een 35 meter lange wiek een omvangrijke klus is, zie ik daarom reële mogelijkheden om met het beschikbare budget, eventueel aangevuld met sponsorgeld, dit werk tot stand te brengen.  
Daarentegen ontziet dit ontwerp het landschap, het voegt feitelijk niets toe. In gesprek met de huidige molenaar van de Zelden van Passe werd duidelijk dat men huiverig is voor elke verstoring van het land. De organisatie van een markant kunstwerk op deze locatie anderszins zal dan ook zeer gevoelig liggen.


Participatie
De actualiteit van de milieuproblematiek legitimeert het activeren van de historische functie van de Zelden van Passe. Het op deze historische wijze afgeven van een signaal over de huidige toestand van de aarde is mediamiek. Het ontwerp leent zich goed voor publiciteitdoeleinden. Het heeft m.i. de potentie faam te verwerven en uit te groeien tot een ‘seinend’ icoon van de windenergie.
Niet in de laatste plaats is het een ontwerp met veel mogelijkheden voor het onderwijs. Het behoeft verder geen uitleg dat er voor kinderen een keur aan gerelateerde onderwerpen te bedenken is. Het sein hoeft alleen maar te worden opgepikt.

Hans  van Houwelingen 2006/studie in opdracht van Rijksbouwmeester en Senter Novem/windenergie in bredere betekenis

Gelooft in Wind
‘De agrarische bestemming van het Hollandse landschap loopt op haar eind. De strikte scheiding tussen stad en landschap, die de basis was van de Nederlandse Ruimtelijke Ordening, zal in de 21ste eeuw vermoedelijk niet gehandhaafd kunnen blijven. Om mee te blijven spelen op het toneel van de wereldeconomie zal de randstad onvermijdelijk evolueren van een verzameling zelfstandige steden rond een agrarisch hart, naar een aaneengesloten stadslandschap’.
Volgens B. Gribbeling, de auteur van bovenstaand citaat, staat een omvangrijk deel van het Nederlandse landschap op het punt opnieuw te worden gedefinieerd. Was er sinds de industrialisatie van het platteland al niet meer sprake van ongerept Nederlands natuurlandschap, in de komende jaren zal een groot deel economisch nutteloos geworden agrarisch landschap ten deel vallen aan de stad. De eeuwenoude scheiding tussen stad en land verdwijnt in een nieuwe stedelijkheid, met hier en daar landschappelijke kenmerken. Het Nederlandse landschap verandert in suburbaan stadsgroen en treedt daarmee langzaam maar zeker het postmoderne tijdvak binnen.
Hoewel de oude windmolens in het Nederlandse landschap een lange evolutie van windenergie lijken te bevestigen, is dat toch geenszins het geval. De krakende vierwieker huist in de vergetelheid en de hedendaagse witte energiemachine is nog maar enkele decennia geleden aan zijn opmars begonnen. Windturbines hebben zich niet in gelijke tred met het  landschap kunnen ontwikkelen met als gevolg dat zij zich in twee onverenigbare tijdsgewrichten tot elkaar verhouden. De markt van windturbines past in het beeld van de 19e eeuwse  industrialisatie en het 20ste eeuwse modernisme, terwijl de markt van het landschap die stadia al is gepasseerd.
De windturbine is tot een postmodern landschap veroordeeld dat eigenlijk geen plaats biedt aan een horizon van oude denkbeelden. Windturbines spreken de taal van het  modernisme: functionaliteit bepaalt hun uiterlijk, economisch rendement hun bestaansrecht en de ideologie van een schoon milieu bepaalt hun politiek. Ook in kwantiteit en uniformiteit verraadt deze industrie modernistische grondvesting.
Het huidige windenergieprogramma uit zich als een ideologische markt. Idealen hebben de eigenschap dat ze voor heel veel mensen zijn bedacht en zijn pas werkzaam als heel veel mensen in ze geloven. Ideaal betekent dus voor heel veel mensen heel veel van hetzelfde. Hier wringt de schoen met de huidige tijd; het opleggen van gelijkvormigheid is tegenwoordig juist iets waartegen steeds meer verzet bestaat. Het dictaat van gelijkheid brengt na verloop van tijd onherroepelijk het gemis aan eigenheid met zich mee. De uniformiteit van het modernisme heeft vanzelfsprekend geleid tot een gemis aan identiteit. Heel Nederland is daar inmiddels van doordrongen en op vele fronten is het land nu druk in de weer met het hervinden van identiteit. De markt is tegenwoordig gericht op mensen die onophoudelijk hun persoonlijke identiteit willen bevestigen, zelf willen bepalen wie ze zijn en daarin kunnen wisselen. Het is niet verwonderlijk dat in de discussie over windenergie uniformiteit predikende ideologie botst met een keur aan subjectieve ideeën over het landschap.
In het slepende conflict tussen het landschap en de windturbine speelt op de achtergrond dat er strategieën worden gebruikt uit onverenigbare tijdsbeelden, waarmee dit conflict deels een principiële kwestie is. Tegelijk met het gericht zoeken naar praktische oplossingen moeten principieel verschillende manieren van denken worden verenigd. In de discussie over windenergie zou het accent meer op dit punt moeten worden gelegd, omdat het mogelijk tot nieuwe perspectieven leidt.
Vooralsnog bestaat er alleen een symptomatische benadering, die op een staakt het vuren tussen voor en tegenstanders is gericht. De huidige discussie focust op het zoeken naar een hanteerbare consensus, aangenomen dat er altijd sprake zal blijven van een vervelende maar noodgedwongen situatie. Windturbines worden voorgesteld als noodzakelijk kwaad dat zo min mogelijk in het landschap moet opvallen. Windenergieprojecten worden steevast in een negatieve sfeer geplaatst; er wordt gezocht naar de minste pijn.
Dit speelt zich echter af tegen de achtergrond dat de discussie over windturbines hanteerbaar wordt naarmate ze binnen een uniform kader wordt gevoerd. Er wordt gezocht naar vaste maatstaven: de ideale groepering van turbines, in raster, cirkel of lijn. De ideale relatie tot het landschap of de zee. De ideale hoogte van de masten ten opzichte van het rendement. De ideale kleur, de ideale afstand tot bebouwing, de ideale veiligheid. Er wordt gestreefd naar een standaardisering die in verschillende situaties de meeste garanties biedt.
Gezien de gevoeligheid rondom windenergie lijkt dit poldermodel in eerste instantie logisch, maar leidt uiteindelijk tot een veel groter probleem van monotonie en verzadiging. Het plaatsen van een eindeloze reeks dezelfde windturbines blijft niet ongestraft. In deze tijd is er onvoldoende draagkracht voor een grootschalig industrieel windturbineoffensief. De huidige windenergiemarkt werkt contraproductief ten opzichte van gevoelens van eigenheid.
In de afgelopen decennia hebben we met eigen ogen kunnen zien hoe een grote hoeveelheid monotone grijze wijken, die met een vergelijkbare goedbedoelde marktstrategie waren gebouwd, in vele opzichten hun doel voorbij zijn geschoten. Pragmatisme was decennia lang het paradigma in de stedenbouw en het lijkt erop dat de windenergie zich op vergelijkbare wijze ontwikkelt. De excuuspolitiek waarmee windturbines worden geplaatst zorgt uiteindelijk voor een omgeving die geen ander verslag doet dan van moeizaam bereikte consensus. Een overdaad aan milieuvriendelijke saaiheid en onuitgesprokenheid zal weerzin wekken. Als windenergie in de toekomst een voorname rol gaat spelen worden overkill en monotonie de grote boosdoeners waartegen met durf en intelligentie stelling genomen moet worden.  De ontwikkelaars van windenergie moeten daarom niet focussen op één unieke status quo met het landschap maar op mogelijkheden om zo extreem mogelijk te variëren.

Zoals meestal het geval bij ruimtelijke ontwikkeling hebben economische en politieke belangen prioriteit en wordt er niet of pas in de laatste instantie aan cultuur gedacht. Er is geen sprake van culturele planologie omdat de markt de haarbaarheid daarvan nagenoeg uitsluit. Als er al aandacht voor cultuur is dan gebeurt dat bovendien niet vanuit de overtuiging dat cultuur en kunst noodzakelijk zijn om het succes van een economisch lucratief project op de lange duur te garanderen. Die notie ontstaat meestal pas nadat problemen, die zijn ontstaan door het ontbreken van cultuur, voor het voetlicht treden. Uit menig voorbeeld blijkt dat mislukte stedelijke ontwikkeling voor een belangrijk deel te wijten is aan een gebrekkige culturele input. In Almere bijvoorbeeld, wordt het gemis aan cultuur plotseling zichtbaar nu het een van Nederlands grootste steden dreigt te worden. Nu pas groeit het besef dat een culturele ontwikkeling van de stad evenzeer belangrijk is als een economische. Cultuur wordt uiteindelijk zelfs een politieke noodzaak.
In een culturele ruimte kunnen de excessen van een opportunistische economie worden opgevangen.
In een groot verband als Europa ontstaat zo ook langzaam het inzicht dat de Economische Unie niet kan functioneren zonder culturele unie. Eén groot economisch Europa wordt bevolkt door landen met volstrekt uiteenlopende nationale tradities. Wederzijds onbegrip daarover staat een soepele economische samenwerking in de weg, maakt zelfs dat economische geschillen onoplosbaar worden. Bouwen aan Europese cultuur wordt daarom een politieke doel. De EU toont Europa steeds meer als een nieuwe culturele realiteit.
Vergelijkbaar hiermee is de ontwikkeling van windenergie een economisch proces dat tevens een gedeeltelijk cultureel bepaald proces zou moeten zijn. Markttechnisch gezien is cultuur bij aanvang een sluitpost, maar met het oog op de toekomst is het een economische noodzaak. Culturele investering betaalt zich later uit in economisch succes. Nu al manifesteert het inpassingprobleem van windturbines zich als een semantische kwestie waardoor het logisch is de ontwikkeling van windenergie ook vanuit een cultureel perspectief te gaan benaderen. Er zal een markt moeten worden gecreëerd waarin economische motieven zich goed verstaan met hedendaagse betekenisgeving. Of anders gezegd zal er meer geloof in wind ontstaan als ook cultureel ideeëngoed als marktstrategie wordt ingezet.

De belangrijkste impuls die aan de ontwikkeling van windenergie gegeven kan worden is ze te gaan beschouwen als behorend tot het domein van de stad, in plaats van het landschap. In het toekomstige stadslandschap zullen de grenzen tussen stad en land sowieso steeds meer vervagen. Als windenergie zich manifesteert als een stedelijke aangelegenheid ontstaat een perspectief met oneindig meer mogelijkheden dan het huidige moeizame huwelijk met het landschap. In een stedelijke context hoeven turbines niet met excuses worden omgeven of worden weggemoffeld. Windbouwprojecten zullen zich in hetzelfde spanningsveld als andere bouwprojecten verhouden tot een complexe stedelijke infrastructuur. Windbouw bewerkstelligt, als een dominant participant, nieuw stedenbouwkundig perspectief. Het stedelijke krachtenveld krijgt nieuwe dimensies.
Verandering van regelgeving maar vooral verandering van denkkader zijn voor windenergietoepassing een noodzakelijkheid om op lange termijn te overleven. In deze brochure zijn een aantal suggesties gedaan voor de toepassing van windenergie in een stedelijke context, of is het landschap ingericht ten dienste van de windturbine, of is anderszins een betekenisgevende situatie voorgesteld. Het gaat hier niet om de letterlijkheid van de voorstelling. Wel is het de bedoeling een beeld te schetsen van de mogelijkheden die ontstaan als het denken over windenergie en windturbines zich anders, meer hedendaags, ontwikkelt. Dit in de overtuiging dat grote variatie in het windenergieaanbod - zowel praktisch als inhoudelijk - noodzakelijk is om in de toekomst een serieuze en opwindende rol te spelen.