Sluipweg (waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen) In een dichtbevolkt land is de eeuwige rust vrijwel niemand meer gegund, zegt kunstenaar Hans van Houwelingen uit Amsterdam. Op veel plaatsen worden graven al na tien of twintig jaar geruimd. Er moet plaats gemaakt worden voor andere overledenen. Het stelt mensen soms voor een moeilijke keuze: wat te doen met een grafsteen, nadat een graf is geruimd? Van Houwelingen ontwierp er een ritueel kunstproject voor, met de titel Sluipweg (waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen). De Sluipweg, aangelegd bij het Kunstfort bij Vijfhuizen, bestaat uit grafstenen van geruimde graven. Van Houwelingen begon met de aanleg van het pad in het najaar van 2006 en kreeg al binnen een halfjaar honderd grafstenen aangeboden. Dat was eenderde van het aantal stenen dat hij nodig had voor zijn pad van zo’n 260 meter lengte. De kunstenaar vertelt over zijn initiatief: ‘De eeuwige rust is maar zeer betrekkelijk in Nederland. Je kunt een graf voor tien of twintig jaar huren en daarna wordt het geruimd en gaat alles de container in. Mensen hebben heel uiteenlopende gevoelens bij dat moment, maar altijd geldt dat het bijzonder is. Het moment waarop de dood als het ware ophoudt is óók een ritueel moment, net als eerder de begrafenis zelf was. Het ruimen van een graf lijkt een gewoontekwestie. Je krijgt er een brief over, net zoals je een brief van het energiebedrijf krijgt: nu betalen, anders stoppen we. Aan de dood wordt verdiend. Iedereen accepteert dat, zoals we heel veel accepteren, maar als je bij het ruimen van een graf focust op het gevoel dat mensen daarbij hebben, blijkt het helemaal niet zo’n gewoon moment te zijn.’ Mensen hebben verschillende motieven om een geruimde grafsteen aan te bieden voor de Sluipweg. ‘Voor sommigen is de steen vereenzelvigd met degene die eronder heeft gelegen. Voor hen is het erg belangrijk dat die steen niet vernietigd wordt. Anderen zijn ongerust over wat er met een steen gaat gebeuren als zij zelf overlijden en zoeken er daarom maar liever alvast een plek voor. Weer anderen willen graag dat de familienaam blijft bestaan en vinden daarom dat de steen niet in de vergruizer moet. En er zijn ook mensen die al een paar jaar een steen in de tuin hebben staan en eigenlijk niet weten waar ze daarmee naartoe moeten.’ Er waren twee oudere broers, vertelt Van Houwelingen, die het eigenlijk niet eens waren over wat er met het graf van hun ouders moest gebeuren. Eén broer vond dat het geruimd moest worden, de ander vond van niet. Ze kwamen op het idee de steen aan te bieden voor de Sluipweg en vonden dat beide een goede oplossing. In het pad liggen ook twee nieuwe stenen, die nooit op een graf hebben gestaan. De ene steen is voor een oudere vrouw, de andere voor een kind dat jong is overleden. Beide hebben geen graf, maar de nabestaanden hebben daar achteraf spijt van. Door een nieuwe steen te laten maken en in het pad op te nemen, hebben de nabestaanden alsnog een monument voor hen opgericht.
Van Houwelingen heeft niet zomaar voor het Kunstfort bij Vijfhuizen gekozen. Het fort is tegenwoordig een kunstcentrum, maar werd aan het eind van de negentiende eeuw gebouwd als verdedigingswerk, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Tijdens het bouwen was het strategische concept echter al achterhaald: de luchtvaart kwam op. Verdediging door land onder water te laten lopen, werd ouderwets. Het fort staat tegenwoordig op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Er is geen enkele slag geleverd. ‘Ik wilde de dood, zij het in afwezigheid, alsnog bij het fort introduceren’, zegt Van Houwelingen‘. Zoals het fort gerecycled is tot kunstcentrum, zo wilde ik de grafstenen ook een tweede bestaan geven.’ Hij zorgde ervoor dat juridisch alles geregeld was en liet de Landelijke Organisatie Begraafplaatsen een ‘ethische check’ uitvoeren. Na een wat moeizaam begin, werd het na verloop van tijd steeds makkelijker om aan grafstenen te komen. Van Houwelingen ziet het herinneringspad niet als driehonderd individuele monumentjes voor overledenen, maar als één monument. ‘Het wordt een pad met anonieme monumenten en daarmee een monument op zich. Mensen die een steen hebben gebracht, zullen dat misschien anders ervaren. Je ziet ook weleens mensen bloemen meebrengen.’ Er komen iedere dag wel een paar bezoekers naar de Sluipweg, maar de kunstenaar denkt niet dat het een bedevaartsoort zal worden. Ik zie niet waarom dat zou gaan gebeuren. Voor de meeste bezoekers is het ook niet een sacrale plaats. Zeker, er zijn wel mensen die uit eerbied náást het pad lopen in plaats van erop, maar er zijn ook genoeg mensen die eroverheen lopen. ‘Dat spanningsveld is er altijd wel een beetje, maar voor mij maakt het niet uit’, zegt Van Houwelingen. ‘Het pad ligt op een dijkje dat redelijk breed is. Je kunt op de stenen lopen, of ernaast. Het benodigde aantal van driehonderd zal er wel komen. En als het er veel meer worden? ‘Dat zou kunnen gebeuren’, zegt Van Houwelingen. ‘Dan zou je verder moeten nadenken over hoe je vorm kunt geven aan dit verschijnsel. Want als het stormloopt, betekent het dat er iets aan de hand is met de manier waarop wij met onze doden omgaan.’
www.kunstfort.nl
|