Vera azula – Hans van Houwelingen   

De Nederlandse kunstenaar Hans van Houwelingen (geboren te Harlingen in 1957) gaat met zijn werk voortdurend de dialoog aan met de openbare ruimte. Soms creëert hij objecten die afgestemd zijn op de context van het publieke domein, soms is het de ruimte zelf die hij ontwerpt. Het verbaast dan ook niet dat deze oud-leerling van Jan Fabre (Fabre was een tijdlang zijn docent aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam) een bijdrage leverde die volledig ingebed is in het Troubleyn-laboratorium.

Letterlijk én figuurlijk: op de binnenplaats benutte van Houwelingen de gaten in de muur, die na de sloopwerken waren overgebleven. Hij vulde ze op met ruwe fragmenten lapis lazuli, de azuurblauwe steen die vooral in de Renaissance vermalen werd om het pigment ultramarijn te verkrijgen. De verwerking van dit zeldzame en peperdure blauw, dat onder andere gebruikt werd om de mantel van Maria te kleuren, vergde een uitzonderlijke vaardigheid; zo ging de lapis lazuli symbool staan voor de hoogste verwezenlijkingen in de kunst. In het Troubleyn-laboratorium refereert de lapis lazuli natuurlijk aan het bic-blauw van Jan Fabre. Het ultramarijn contrasteert maximaal met de rode baksteen, maar heeft dezelfde ruwheid: van Houwelingen liet de lapis lazuli doelbewust onbewerkt, om de aandacht te vestigen op de functie van Fabre’s laboratorium als werkruimte, als atelier waar kunst in zijn nog ruwe vorm voortdurend gepolijst wordt. Vera Azula gaat dan ook over het creatieproces, de ontstaansgeschiedenis van kunst zelf.