Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact

Studie naar de betekenis van windenergie en windturbines in het toekomstige landschap. In opdracht van Senter Novem en Rijksbouwmeester. 2006.


Gelooft in Wind

'De agrarische bestemming van het Hollandse landschap loopt op haar eind. De strikte scheiding tussen stad en landschap, die de basis was van de Nederlandse Ruimtelijke Ordening, zal in de 21ste eeuw vermoedelijk niet gehandhaafd kunnen blijven. Om mee te blijven spelen op het toneel van de wereldeconomie zal de randstad onvermijdelijk evolueren van een verzameling zelfstandige, compacte steden rond een agrarisch hart, naar een aaneengesloten stadslandschap’.
Volgens B. Gribbeling, de auteur van bovenstaand citaat, staat een omvangrijk deel van het Nederlandse landschap op het punt opnieuw te worden gedefinieerd. Was er sinds de industrialisatie van het platteland al niet meer sprake van ongerept Nederlands natuurlandschap, in de komende jaren zal een groot deel economisch nutteloos geworden agrarisch landschap ten deel vallen aan de stad. De eeuwenoude scheiding tussen stad en land verdwijnt in een nieuwe stedelijkheid, met hier en daar landschappelijke kenmerken. Het Nederlandse landschap verandert in suburbaan stadsgroen en treedt daarmee langzaam maar zeker het postmoderne tijdvak binnen.
Hoewel de oude windmolens in het Nederlandse landschap een lange evolutie van windenergie lijken te bevestigen, is dat toch geenszins het geval. De krakende vierwieker huist in de vergetelheid en de hedendaagse witte energiemachine is nog maar enkele decennia geleden aan zijn opmars begonnen. Windturbines hebben zich niet in gelijke tred met het  landschap kunnen ontwikkelen met als gevolg dat zij zich in twee onverenigbare tijdsgewrichten tot elkaar verhouden. De markt van windturbines past in het beeld van de 19e eeuwse  industrialisatie en het 20ste eeuwse modernisme, terwijl de markt van het landschap die stadia al is gepasseerd.
De windturbine is tot een postmodern landschap veroordeeld dat eigenlijk geen plaats biedt aan een horizon van oude denkbeelden. Windturbines spreken de taal van het  modernisme: functionaliteit bepaalt hun uiterlijk, economisch rendement hun bestaansrecht en de ideologie van een schoon milieu bepaalt hun politiek. Ook de kwantiteit en de uniformiteit van hun verschijning verraden een modernistisch grondvest.
Het huidige windenergieprogramma uit zich met name als een ideologische markt. Idealen hebben de eigenschap dat ze voor heel veel mensen zijn bedacht en zijn pas werkzaam als heel veel mensen in ze geloven. Een ideaal betekent dus voor heel veel mensen heel veel van hetzelfde. Hier wringt de schoen met de huidige tijd; het opleggen van gelijkvormigheid is tegenwoordig juist iets waartegen steeds meer verzet bestaat. Het dictaat van gelijkheid brengt na verloop van tijd onherroepelijk het gemis aan eigenheid met zich mee. De uniformiteit van het modernisme heeft ‘vanzelfsprekend’ geleid tot een gemis aan identiteit. Heel Nederland is daar inmiddels van doordrongen en op vele fronten is het land nu druk in de weer met het hervinden van identiteit. De markt is tegenwoordig geheel gericht op mensen die onophoudelijk hun persoonlijke identiteit willen bevestigen, zelf willen bepalen wie ze zijn en daarin kunnen wisselen.
Het is niet verwonderlijk dat in de discussie over windenergie uniformiteit predikende ideologie botst met een keur aan subjectieve ideeën over het landschap.
In het slepende conflict tussen het landschap en de windturbine speelt op de achtergrond het feit dat er strategieën worden gebruikt uit onverenigbare tijdsbeelden, waarmee dit conflict deels een principiële kwestie is. Tegelijk met het gericht zoeken naar praktische oplossingen moeten principieel verschillende manieren van denken worden verenigd.
In de discussie over windenergie zou het accent meer op dit punt moeten worden gelegd, omdat het mogelijk tot nieuwe perspectieven leidt.
Vooralsnog bestaat er alleen een symptomatische benadering, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er uniforme concepten ontwikkeld moeten worden die het conflict tussen voor en tegenstanders oplossen of tot een minimum beperken. De huidige discussie focust op het zoeken naar een hanteerbare consensus, aangenomen dat er altijd sprake zal blijven van een vervelende maar noodgedwongen situatie. Windturbines worden voorgesteld als noodzakelijk kwaad dat zo min mogelijk in het landschap moet opvallen. Windenergieprojecten worden steevast in een negatieve sfeer geplaatst; er wordt gezocht naar de minste pijn.
Dit speelt zich echter af tegen de achtergrond dat de discussie over windturbines hanteerbaar wordt naarmate ze binnen een uniform kader wordt gevoerd. Er wordt gezocht naar vaste maatstaven: de ideale groepering van turbines, in raster, cirkel of lijn. De ideale relatie tot het landschap of de zee. De ideale hoogte van de masten ten opzichte van het rendement. De ideale kleur, de ideale afstand tot bebouwing, de ideale veiligheid. Er wordt gestreefd naar een standaardisering die in verschillende situaties de meeste garanties biedt.
Gezien de gevoeligheid rondom windenergie lijkt dit poldermodel in eerste instantie logisch, maar leidt uiteindelijk tot een veel groter probleem van monotonie en verzadiging. Het plaatsen van een eindeloze reeks dezelfde windturbines blijft niet ongestraft. In deze tijd is er onvoldoende draagkracht voor een grootschalig industrieel windturbineoffensief. De huidige windenergiemarkt werkt contraproductief ten opzichte van gevoelens van eigenheid.
In de afgelopen decennia hebben we met eigen ogen kunnen zien hoe een grote hoeveelheid monotone grijze wijken, die met een vergelijkbare goedbedoelde marktstrategie waren gebouwd, in vele opzichten hun doel voorbij zijn geschoten. Pragmatisme was decennia lang het paradigma in de stedenbouw en het lijkt erop dat de windenergie zich op vergelijkbare wijze ontwikkelt. De excuuspolitiek waarmee windturbines worden geplaatst zorgt uiteindelijk voor een omgeving die geen ander verslag doet dan van moeizaam bereikte consensus. Een overdaad aan milieuvriendelijke saaiheid en onuitgesprokenheid zal weerzin wekken. Als windenergie in de toekomst een voorname rol gaat spelen worden overkill en monotonie de grote boosdoeners waartegen met durf en intelligentie stelling genomen moet worden.  De ontwikkelaars van windenergie moeten daarom niet focussen op één unieke status quo met het landschap maar op mogelijkheden om zo extreem mogelijk te variëren.

Zoals meestal het geval bij ruimtelijke ontwikkeling hebben economische en politieke belangen prioriteit en wordt er niet of pas in de laatste instantie aan cultuur gedacht. Er is geen sprake van culturele planologie omdat de markt de haarbaarheid daarvan nagenoeg uitsluit. Als er al aandacht voor cultuur is dan gebeurt dat bovendien niet vanuit de overtuiging dat cultuur en kunst noodzakelijk zijn om het succes van een economisch lucratief project op de lange duur te garanderen. Die notie ontstaat meestal pas nadat problemen, die zijn ontstaan door het ontbreken van cultuur, voor het voetlicht treden. Uit menig voorbeeld blijkt dat mislukte stedelijke ontwikkeling voor een belangrijk deel te wijten is aan een gebrekkige culturele input. In Almere bijvoorbeeld, wordt het gemis aan cultuur plotseling zichtbaar nu het een van Nederlands grootste steden dreigt te worden. Nu pas groeit het besef dat een culturele ontwikkeling van de stad evenzeer belangrijk is als een economische. Cultuur wordt uiteindelijk zelfs een politieke noodzaak.
In een culturele ruimte kunnen de excessen van een opportunistische economie worden opgevangen. In een groot verband als Europa ontstaat zo ook langzaam het inzicht dat de Economische Unie niet kan functioneren zonder culturele unie. Eén groot economisch Europa wordt bevolkt door landen met volstrekt uiteenlopende nationale tradities. Wederzijds onbegrip daarover staat een soepele economische samenwerking in de weg, maakt zelfs dat economische geschillen onoplosbaar worden. Bouwen aan Europese cultuur wordt daarom een politieke doel. De EU toont Europa steeds meer als een nieuwe culturele realiteit.
Vergelijkbaar hiermee is de ontwikkeling van windenergie een economisch proces dat tevens een gedeeltelijk cultureel bepaald proces zou moeten zijn. Markttechnisch gezien is cultuur bij aanvang een sluitpost, maar met het oog op de toekomst is het een economische noodzaak. Een culturele investering betaalt zich later uit in economisch succes. Nu al manifesteert het inpassingprobleem van windturbines zich als een semantische kwestie waardoor het logisch is de ontwikkeling van windenergie ook vanuit een cultureel perspectief te gaan benaderen. Er zal een markt moeten worden gecreëerd waarin economische motieven zich goed verstaan met hedendaagse betekenisgeving. Of anders gezegd zal er meer geloof in wind ontstaan als ook cultureel ideeëngoed als marktstrategie wordt ingezet.

De belangrijkste impuls die nu al aan de ontwikkeling van windenergie gegeven kan worden is ze te gaan beschouwen als behorend tot het domein van de stad, in plaats van het landschap. In het toekomstige stadslandschap zullen de grenzen tussen stad en land sowieso steeds meer vervagen. Als windenergie zich manifesteert als een stedelijke aangelegenheid ontstaat een perspectief met oneindig meer mogelijkheden dan het huidige moeizame huwelijk met het landschap. In de stad hoeven turbines niet met excuses worden omgeven en worden weggemoffeld. Windbouwprojecten zullen zich in hetzelfde spanningsveld als andere bouwprojecten verhouden tot een complexe stedelijke infrastructuur. Windbouw bewerkstelligt, als een dominant participant, nieuw stedenbouwkundig perspectief. Het stedelijke krachtenveld krijgt nieuwe dimensies.
Verandering van regelgeving maar vooral verandering van denkkader zijn voor windenergietoepassing een noodzakelijkheid om op lange termijn te overleven. In deze brochure zijn een aantal suggesties gedaan voor de toepassing van windenergie in een stedelijke context, of is het landschap ingericht ten dienste van de windturbine, of is anderszins een betekenisgevende situatie voorgesteld.
Het gaat daarbij niet om de letterlijkheid van de voorstelling. Wel is het de bedoeling een beeld te schetsen van de mogelijkheden die ontstaan als het denken over windenergie en windturbines zich anders, meer hedendaags, ontwikkelt. Dit in de overtuiging dat grote variatie in het windenergieaanbod - zowel praktisch als inhoudelijk - noodzakelijk is om in de toekomst een serieuze en opwindende rol te spelen. Er is daartoe veel te doen maar er is ook veel te winnen.