Nieuw leven voor een beeld van Krop

Ik heb een zwak voor Hildo Krop. Zijn hele werkzame leven was hij de officiële stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Vanaf 1916 nam hij als het ware deze stad in bezit; zijn nalatenschap omvat een groot aantal sculpturen op bruggen, gevelornamenten en standbeelden.

Als eerste grote werkstuk voor de gemeente ontwierp hij versiersels voor het hoofdgebouw van de gemeentelijke telefoondienst aan de Herengracht (1916-19); zijn laatste werk was het enorme Berlage-standbeeld op het Victorieplein (1956-66). Krop beeldde het liefst mensen en dieren uit. Een typisch werk bestaat uit twee in steen uitgehakte figuren, blij op weg naar de markt om een koe en fruit te verkopen; een idealisering van leven en werk van gewone mensen.

Krops beelden staan overal in Amsterdam. Niet iedereen was er blij mee. Gerard Reve noemde ze, indachtig het banketbakkersambacht waarin Krop zijn vader aanvankelijk wilde opvolgen, misbaksels van een communistische koekenbakker. De jonge schrijver ergerde zich aan de sentimentele beelden die een socialistische gedachte wilden symboliseren. Maar was Krop dan zo naïef? Krop was aangestoken door het vuur van ‘t socialisme en meende dat een nieuwe tijd zou aanbreken. Zijn werk geeft uiting aan dat levensgevoel.

Mijn interesse in Krop wordt gedeeld door Hans van Houwelingen.

Toen een Letse kunstorganisatie mij begin 2003 uitnodigde om een Nederlandse kunstenaar voor te stellen die een bijdrage zou kunnen leveren aan een expositie die zomer 2004 in Riga zou plaatsvinden, was hij mijn keus. De desbetreffende expositie is van oorsprong een traditioneel gebeuren met buitensculpturen, maar in de editie 2004 wilde men een inhoudelijk thema opwerpen: (de kwestie van de) Europese ruimte, de fysieke en mentale ruimte die de inwoners van Europa met elkaar delen. Is die alleen economisch bepaald of speelt cultuur daarin een rol? En hoe zou een Europese cultuur eruit zien?

Wij vonden een partner in SKOR, die de Nederlandse deelname aan de expositie financieel mogelijk wilde maken.

Hans van Houwelingen ontwikkelde een voorstel dat, als voorstel, in een openlucht-stand geëxposeerd werd. Zijn idee is om een replica te maken van het stadsurinoir van Krop, gelegen op het Oudezijdse Voorburgwal bij Hotel the Grand, en om die op een geschikte locatie in Riga te plaatsen. Het werk is bedoeld als een kado van Nederland aan Letland, maar ook als een Nederlands cultureel implantaat. In ’t nieuwe Europa geven twee naties elkaar de hand. Het socialistische urinoir onderstreept wat zij historisch gezien met elkaar delen.

Op Krops urinoir staat het beeld van een mannetje dat volgens Krop uit volle borst een strijdlied aanheft. Genieën met afschrikwekkende gezichten houden over hem de wacht.

Hans van Houwelingen motiveerde zijn voorstel door aan te voeren dat Nederland een traditie kent waarin het openbaar urineren wordt gecultiveerd. Dit Nederlandse cultuurgoed wilde hij naar Letland overplanten. Met de slogan ‘Piss to Relieve’ ‘Piss to Believe’, ‘Piss to Achieve’ geeft hij een eigentijdse slinger aan Krops levensgevoel. In een tijd waarin geloof in een gemeenschappelijke zaak - immers het probleem waarmee Europa kampt -  niet meer vanzelf spreekt, kan het misschien langs deze oorspronkelijke weg gegenereerd worden.

Mark Kremer

www.iisg.nl/bwsa/bios/krop.html (opgezocht 30.3.2005)
www.skor.nl/artefact-1025.306.html (opgezocht 30.3.2005)
cat. Sculpture Quadrennial Riga 2004 (2 delen)