Kunst in de Europese Ruimte Hans van Houwelingen
Vanaf 1918 formeel onafhankelijk, heeft Letland pas de laatste twaalf jaar mogen ondergaan wat in het westen vrijheid wordt genoemd. Er heeft zich in Letland – met name in Riga – een cultuuromslag naar westers model voorgedaan die enerzijds onvoorstelbaar is, gezien de luttele jaren waarin hij gestalte kreeg, maar die anderzijds nogal onbeholpen en opportunistisch is. Letland is uiterst armoedig en de mensen ogen moe, maar in de hoofdstad Riga is daar, althans bij jonge mensen, niets van te merken. Het hipt en springt als lammeren in een voorjaarswei, onbekommerd, met de neus naar het westen. Vooral de mode lijkt het middel om de oude last af te werpen voor een nieuw elan. Tienduizenden in Siberische werkkampen vermoorde Letten lijken geen enkele invloed te hebben op de saamhorigheid van jongeren, al haalt geen Let het in zijn hoofd met een Rus te trouwen en omgekeerd. Deze stad, die door evenveel Russen als Letten wordt bewoond, lijkt de ellende eindelijk eens achter zich te willen laten, ook al is dat verleden in het geheel nog niet verwerkt. “Dat kan niet goed gaan”, zei Michaël Zeeman hierover, maar voorlopig zijn jonge mensen optimistisch en ambitieus, willen geld verdienen om zich een lifestyle te permitteren die hen past. Dit opportunistische klimaat is overal voelbaar, zo ook bij de organisatie van de Sculptuurquadriennale 2004, getiteld ‘European Space’. ... In Riga is geen ontwikkelde institutionele artistieke infrastructuur, laat staan een commerciële markt voor progressieve kunst. Deze kunstmanifestatie probeert dat isolement te doorbreken. Het doel is in feite om de kunstgemeenschap in Riga te updaten over internationale kunstontwikkelingen. De kwestie kunst en politiek wordt door de curatoren op een praktische manier benut: Letland sluit zich aan bij de EU, ergo: het wordt tijd dat Letse kunst aansluiting vindt bij kunst uit de EU. ... Waarom meedoen? De Sculptuurquadriennale 2004 is in zijn huidige opzet een jonge en ambitieuze kunstmanifestatie, die zich echter internationaal niet heeft bewezen. Nederlandse deelname zal niet de gebruikelijke ‘goede representatie van Nederland in een internationale kunstcontext’ opleveren, zoals in een Kasselse Documenta of Venetiaanse biënnale. Concluderend zou daarom beter van deelname in Riga kunnen worden afgezien. ... De (kunst)opvatting dat Nederland zich goed representeert in het buitenland, ten gevolge van erkenning en waardering door de internationale kunstscène is echter onwerkelijk en cliché geworden. Bij grote internationale tentoonstellingen schuilt het belang niet meer in de importantie van de tentoongestelde kunstwerken, maar vooral in de deelname op zich. Er heeft zich een verschuiving voorgedaan waarin de unieke artistieke boodschap zijn prioriteit heeft verloren ten gunste van internationale participatie. Met andere woorden: de kunstcultuur ontwikkelt zich langzaam in een deelnamecultuur. Gaan we bijvoorbeeld niet graag voorbij aan het feit dat het inhoudelijk concept van de biënnale van Venetië is uitgewoond, omdat we er na twee jaar ook weer bij willen zijn? Is het niet zo dat de grote kunsttentoonstellingen hun aantrekkingskracht ontlenen aan een nadrukkelijke zelfoverschatting omdat die evenzeer het ego van de kunstliefhebbers streelt? Serieuze kunstkritiek valt steeds minder goed te rijmen met de statische en dogmatische institutionele infrastructuur waarin de kunst gedijt, maar niemand vindt het nodig de artistieke premissen daarvan grondig te bevragen. Dat we erbij willen horen staat vast. Over hoe we erbij willen horen verschillen we af en toe van mening, maar dat is een debat in de marge. ... In het licht van Europa biedt deze ontwikkeling een verrassend perspectief. Europa, oorspronkelijk een economische eenheid, toont zich steeds meer als een nieuwe politieke en culturele realiteit. De vraag in hoeverre een kunstmanifestatie bijdraagt aan Europese cultuur wordt pregnant, omdat de culturele ontwikkeling van Europa geen vrijblijvendheid meer is, maar economische noodzaak is geworden. Ongeveer gelijktijdig met de toetreding van Letland ontstaat in de EU een politieke notie dat een economische unie niet kan functioneren zonder culturele unie. Eén groot economisch Europa wordt bevolkt door landen met volstrekt uiteenlopende nationale tradities. Onbegrip over elkaars cultuur staat een soepele economische samenwerking in de weg, maakt zelfs dat economische geschillen onoplosbaar worden. Het ontwikkelen van Europese cultuur is een noodzakelijk economisch glijmiddel. “Want waar het ogenschijnlijk ging en gaat om economische projecten, valt over die economische projecten geen zinnig woord meer te zeggen als we niet duidelijk hebben gemaakt waaruit de culturele wetenschap (van die projecten) bestaat en waartoe die zou kunnen leiden”, zegt Michaël Zeeman hierover in De Groene Amsterdammer van 14 mei 2002. Hij pleit – analoog aan de katholieke traditie – zelfs voor een Europees cultureel concilie. “Zo probeerde de moederkerk uit te leggen dat er weliswaar lokale verschillen konden bestaan in de uitoefening van het geloof, maar dat al die verschillen samen konden komen in één kerk. Aan een dergelijk concilie, aan een podium waarop die cultuurverschillen zich met elkaar kunnen meten en op zoek kunnen gaan naar wat hen bindt, ontbreekt het op Europees niveau”. ... Criteria voor Nederlandse deelname aan Europese kunstmanifestaties zouden in Europees perspectief geplaatst kunnen worden. Vanuit deze invalshoek is de Sculptuurquadriennale van Riga bij voorbaat succesvol. De stad waarborgt, gezien zijn politieke en economische ontwikkeling, als vanzelf een juist engagement voor beeldende kunst. Je kunt zelfs stellen dat beeldende kunst in deze situatie een oorspronkelijke betekenis kan hebben, waarvan menig criticus vindt dat die in het westen nog slechts valselijk kan worden gesuggereerd. Er is geen betere plek denkbaar voor een serieus Nederlands cultureel implantaat dan in een land dat vanuit de malaise van de Sovjetonderdrukking toetreedt tot de EU. Hier kan werkelijk worden gezocht naar wat kan binden. ... Daarom is deelname aan de Sculptuurquadriennale van Riga zinvol, zowel voor de Letten, alsook om de Nederlandse kunstelite een andere c.q. nieuwe denktrant voor te stellen. Deelname betekent hier niet het meedeinen op de golven van een internationaal establishment, maar vraagt een imperialistische culturele attitude. Hier moet de vraag worden gesteld, wat je met de openbare ruimte in het buitenland wilt doen. Wat is zinnig en wat is mogelijk? Het gaat grof gezegd dan niet om de representatie van Nederland maar om haar bemoeizucht: Nederlandse Kunst in de Europese Ruimte. ... De Nederlandse subsidiënt, Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR), liet aanvankelijk weten dat ze deelname aan de Sculptuurquadriennale in Riga niet zinvol vond. Op grond van bovenstaande argumentatie deden wij haar het verzoek om haar axioma’s te verruimen en als Stichting Kunst in de Europese Ruimte (SKER) dit projectvoorstel te ondersteunen. De stichting heeft begin januari 2004 positief op dit verzoek gereageerd. ...
Bron: Hans van Houwelingen, Mark Kremer: toelichting ontwerp ‘Pissing in Public’, 2003
|
|