projects books text cv publications contact

Das dritte Denkmal
Kunstverein, Hamburg 2000
(niet gerealiseerd)

Op de Dammtordamm in Hamburg staat sinds 1936 het monument ter nagedachtenis van de in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde soldaten van het Duitse 76ste infanterieregiment. Dit enorme rechthoekige blok kalksteen, waaruit rondom marcherende soldaten zijn gebeeldhouwd, draagt de tekst: Deutschland muss leben, und wenn wir sterben müssen. Vanwege het oorlogsverheerlijkende karakter is de oprichting van dit monument tegengehouden tot 1933, het moment waarop de sociaal-democraten uit de regering verdwenen en het monument door de nazi’s als instrument voor de nationaal-socialistische propaganda werd ondersteund.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft een storm aan protesten tegen dit monument er toe geleid dat er in de jaren tachtig een begin is gemaakt met de oprichting van een Gegenmal. Dit monument van beeldhouwer Alfred Hrdlicka zou, zo luidde de opdracht, het gedachtengoed van het andere monument moeten nivelleren. Het werd pal naast het nazi-monument opgericht. Ook dit monument, een morbide voorstelling van uitgehongerde en creperende mensen, heeft tot veel protest geleid. Een criticus schreef er in die jaren over: “Gegen Dummheit kämpfen Götter selbst vergebens”. Volgens hem werden de dode soldaten in het nazi-monument geëerd, terwijl hun slachtoffers in het Gegenmal daarentegen de rol van figurant was toebedeeld. Het monument werd nooit geheel voltooid.
Op gezette tijden schudt de aarde tussen het eerste en het tweede monument en doet Das dritte Denkmal van zich spreken. Das dritte Denkmal is een aardbeving onder het grasveld precies tussen de twee elkaar bestrijdende oorlogsmonumenten. Een uitgekiend technisch ontwerp voor een ondergronds hydraulisch mechaniek dat natuurgetrouw aardbevingen veroorzaakt werd hiervoor speciaal ontwikkeld door Stephan Kuderna.
Het omgaan met kunst wordt over het algemeen gezien als een individuele aangelegenheid, hetgeen het maken van een tentoonstelling legitimeert. In korte tijd kunnen meerdere kunstwerken aan meerdere mensen worden getoond.
Het tentoonstellingspubliek wordt gelegenheid voor individuele contemplatie geboden, maar doorgaans ontbreekt een – brede, collectieve – culturele dimensie. Een kunstwerk dat in een tentoonstelling een kort moment de aandacht van de tentoonstellingsbezoeker opeist, is volstrekt anders van aard dan een kunstwerk dat in het stedelijke leven gaandeweg betekenis krijgt.
Ik hecht veel waarde aan de culturele invloed van een kunstwerk, en minder aan de manier waarop het zich laat lezen tijdens tentoonstellingsbezoek. De wijze waarop dit kunstwerk een plaats in het collectief bewustzijn van de Hamburgers zal verwerven is vooraf overwogen. De spin-off die ik van Das dritte Denkmal verwacht, zal royaal het gemis van de traditionele kunstconsument compenseren.
Het zal blijken hoe de Duitse geschiedenis zich in het hedendaagse manifesteert, culminerend in het derde monument op dezelfde locatie, dat poogt recht doen aan de moderne democratie door middel van een delicate formulering van het fascistische verleden. Als er op deze ene plek, de Dammtordamm, straks niet één, niet twee, maar drie monumenten bestaan, die elkaar inhoudelijk proberen te bestoken en elkaars betekenis te verdraaien, dan ontstaat er een weergaloos surrealistisch kunstwerk dat geen equivalenten kent.
Dat de Kunstverein Hamburg het ontwerp voor Das dritte Denkmal heeft goedgekeurd, ligt denk ik hierin besloten. Er is behoefte aan een nieuwe denkwijze voor een slepend probleem. (Vergelijk de controverse over het holocaustmonument in Berlijn). Een adequate formulering die evenveel recht doet aan het heden als aan het verleden werd tot nu toe in Hamburg niet gevonden. Het verwijderen van één van de beelden, het monument ter ere van het 76ste infanterieregiment, dat door de nazi’s werd opgericht, zou de indruk wekken dat het verleden wordt verstopt. Om die reden blijft het staan. Het Gegenmal van beeldhouwer Hrdlicka, een horrorvoorstelling van lijdende mensen, bleek niet in staat de representatie van het nazi-monument te nivelleren, zoals bedoeld, maar resulteerde in een aanmatigend boetekleed.
De toevoeging van Das dritte Denkmal plaatst het gedenken op metaniveau. Het maakt duidelijk dat er geen sprake kan zijn van een in steen gestolde compensatie van schuld, maar dat de geschiedenis zich als een dynamisch proces ophoudt in de actualiteit, tot de tijd de schuld versleten heeft. Daarom bestaat dit werk niet in visuele zin, maar wordt de aarde geschud tot hij uiteindelijk zwijgt en de archeologen hun werk kunnen doen.
Das dritte Denkmal intensiveert de spanning tussen twee monumenten en wordt daarmee zelf een monument. Het wringt zich in het geweten van deze stad. Het richt zich tot de bevolking en niet tot een kunstpubliek. Ik wil dat ook graag zo. Ik denk dat er bij tentoonstellingen in de openbare ruimte vaak ten onrechte wordt verondersteld dat mensen zich automatisch met kunst engageren; dat bevolking synoniem is aan publiek. Maar in de stad leven mensen, daar woont geen publiek.

Bron: Hans van Houwelingen, ontwerptoelichting en brief aan de commissie Beeldende Kunst, Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, 1999.