projects books text cv publications contact

Human Column, symbolic conception of post-existence
Vigeland museet, Oslo, Noorwegen, 1998

De tentoonstelling Pictures for the Blue Room in 1998 in het Vigeland Museum te Oslo betekende een breuk met het testament van Gustav Vigeland, 1872-1943, waarin hij had vastgelegd dat nooit iemand anders dan hijzelf mag tentoonstellen in het al tijdens zijn leven gestichte Vigeland Museum.
Deze Noorse beeldhouwer, collega maar vijand van Edward Munch, werkte zijn gehele leven aan een oeuvre dat de levenscyclus van de mens centraal stelt. Hij maakte vele complexe composities van zich moeizaam verstrengelende naakte mensen. Met titels als Wheel of Life en Human Column zijn tientallen symbolistische beeldhouwwerken bijeengebracht voor de vormgeving van het Vigeland Park.
Gehaat door zijn omgeving verwierf deze beeldhouwer zich een vooraanstaande positie in het Noorwegen van de eerste helft van de 20ste eeuw. Vooral zijn vermeende collaboratie met de nazi’s en de wijze waarop hij zijn naasten, met name zijn tweede vrouw, placht te vernederen, maakt hem tot op de dag van vandaag een controversiële figuur.
Boven in het museumgebouw bevindt zich zijn – uiteraard door hemzelf ontworpen – mausoleum met zijn urn, omringd door zelfgemaakte reliëfs. Vigelands woning, boven de
tentoonstellingszalen van het museum, is sinds zijn overlijden onaangeroerd gebleven. In één van de kamers, die rijkelijk zijn voorzien van uitsluitend door hemzelf gemaakte schilderijen, ligt een foto van Vigelands tweede vrouw: Ingerid Vigeland.
Kort na hun huwelijk besloot Vigeland dat hij niet meer met Ingerid wilde spreken en naar men zegt heeft hij dat ook nooit meer gedaan. De blik in ogen van deze jonge vrouw bevestigt de legende dat zij haar veel oudere man iedere dag een briefje schreef met het verzoek om met hem te mogen praten.
Het uit drie foto’s bestaande kunstwerk Human Column, symbolic conception of post-existence, toont een portret van Gustav Vigeland, gezien vanuit een hedendaags moralistisch perspectief. De rechter foto is een afbeelding van wat op het eerste gezicht een massagraf in een concentratiekamp lijkt, maar dat bij nadere beschouwing een aantal voor de nazi’s verstopte beeldhouwwerken is. De linker foto is een reproductie van Rubens’ Dag Des Oordeels, waarvan men zei dat Vigeland het had geplagieerd voor zijn meesterwerk: Human Column. In het midden hangt een foto van Vigelands laatste beeldhouwwerk: zijn zelfportret.
Vanwege een te kleine publieke belangstelling werd in 1998 gebroken met de zelfzuchtige wilsbeschikking van deze kunstenaar. Tussen het werk van andere kunstenaars hangt het portret van een in een Faustiaans pact verwikkeld, narcistisch en ongeliefd mens.
Vigeland wilde tot voorbij het bestaan zelf zijn invloed bepalen. Hoe de menselijke moraal verandert kon hij echter niet vastleggen en dat wordt hem in deze tentoonstelling noodlottig. Het beeldhouwersgereedschap in zijn handen is met de computer vervangen door de foto van Ingerid. Voor het eerst treedt ook zij toe in zijn Blue Room. Hij toont haar, zij toont hem.

Bron: Hans van Houwelingen, ontwerptoelichting, Amsterdam 1998