Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact
The lights

Kerkplein, Arnhem 1997

Hans van Houwelingens titel voor zijn werk aan het Eusebius Kerkplein in Arnhem is The lights. En dat is waar de installatie in alle eenvoud voor staat, wat het is en wat het doet. Sinds zijn ingreep is het Kerkplein in Arnhem monumentaler geworden, heeft het meer stevigheid gekregen en is de kerktoren verlicht. Dit komt de bewoners van het plein ook toe, omdat zij instemden met de totstandkoming van een kunstwerk dat hun leefomgeving in scherpe formuleringen typeert. Het werk geeft licht, maar het belicht ook.
Aan de bovenkant van de huizen rondom het Kerkplein liet Van Houwelingen zesendertig schijnwerpers monteren die ’s avonds de Eusebiustoren verlichten. Het gele licht en de in dezelfde richting geplaatste armaturen lijken het plein te veranderen in een ouderwetse volksbuurt, in een in gemoedelijke onenigheid levende, hechte gemeenschap. Maar behalve pittoresk doet het licht ook onheilspellend aan. De schijnwerpers zijn namelijk allerminst verfijnd vormgegeven: lomp en grof, als waren het zoeklichten. Ze doen provisorisch aan, roepen het beeld op van ontheemding. Daardoor bestempelen ze de werking van het licht definitief als schemerachtig en obscuur. De kerk en het plein hadden meer licht nodig. Het licht van Van Houwelingen heft het sombere karakter van de plek weliswaar op, maar leidt ook tot een verheviging daarvan.
Deze somberheid is symptomatisch voor het feit dat de plek in de Tweede Wereldoorlog kapotgeschoten werd. Sindsdien is de stad van haar hart beroofd, en heeft het nog altijd een gat dat men manmoedig een plein is gaan noemen. In die zin weerspiegelt The lights het drama van de in saamhorigheid verslagen vijand enerzijds en het beperkte vermogen tot wederopbouw anderzijds. Het gebrek aan licht op het plein werd door Van Houwelingen aangescherpt, geformuleerd als een bestendiging van de duisternis van de oorlog. Zijn installatie doet beseffen dat Arnhem als vanzelf over een monument beschikt zoals Zadkine voor Rotterdam maakte. Sinds de oorlog heeft Arnhem een plein dat aan het profiel van Zadkine’s beeld voldoet.
The lights staat voor een veelheid aan beelden die zowel op praktische als op evocatieve wijze analytisch zijn. Zo vormen de schijnwerpers simpelweg een lijst of kader rondom het plein. Ze corrigeren de situatie, bundelen de uit nood geboren, weinig markante jaren-vijftigarchitectuur tot een eenheid. Tevens werpt het werk een licht op de historische betekenis van de locatie. Het roept een beeld op van de Tweede Wereldoorlog, als was het een filmscène. De vele schijnwerpers, hooggeplaatst rondom het gehele plein, doen denken aan een filmset. Voor de jongste generaties is de Tweede Wereldoorlog immers bijna alleen nog voor te stellen als een speelfilm of een zwart-witdocumentaire.
Het aan de orde stellen van een actuele maatschappelijke kwestie als deze is karakteristiek voor Van Houwelingen. In Arnhem stelde hij tegenover de mythe van de hechte gemeenschap een nuchtere sociale analyse. Was de kerktoren ooit het baken van de gemeenschap, liet de kerk haar licht over de bevolking schijnen, Van Houwelingen draaide dat gegeven in feite om. De Eusebiuskerk is zoals veel kerken in deze tijd niet meer als zodanig in gebruik. De bron van The lights is dan ook afkomstig van particuliere woningen, het domein van het individu. Zo bezien geeft de installatie niet alleen een religieus gemis aan. Ook schetst ze een beeld van de hedendaagse, niet meer door een ideologie gedragen maatschappij.
De wandelaar die ’s avonds in de richting van de kerk loopt, lijkt er door de lichtbundels naar toe te worden geduwd, naar het vermeende centrum van de gemeenschap. Draait hij zich om, dan staat hij plotseling tegenover een storm van venijnige lichtkegels, afkomstig
van individuele burgers.

Bron: Marjolein Schaap, brochure ‘The Lights’, Arnhem, 1998

ENG

The Lights

Hans van Houwelingen’s title for the work on the Eusebius Kerkplein in Arnhem is simply: The Lights, and that is what the installation is and does. Since his intervention, the church square has become more monumental, acquired more solidity and the tower has become illuminated. This is only appropriate, for the residents have consented with the installation of an artwork which characterises its habitat in no ambiguous terms. The work sheds light, but it also exposes.
At the top of the residential flats surrounding the square, Van Houwelingen had thirty-six floodlights attached which light up the Eusebius church tower at night. The yellow light and the aligned fittings seem to change the square into an old fashioned working-class quarter, where a tightly knit community lives in affectionate discord. But apart from being picturesque, the light is also unsettling. The floodlights are far from being elegantly designed, crude and unpolished as they are: they look like search lights. They seem extemporaneous and conjure up an image of displacement. Thereby, they definitively brand the light and its effect as faint and obscure. The church and the square needed more light. Van Houwelingen’s light does alleviate the sombre character of the place, but at the same time intensifies it.
This sense of gloom is symptomatic for the fact that the place has been bombarded to shreds during the second World War. Ever since, the city has been deprived of its heart. There is a hole where the centre used to be, which is defiantly called ‘square’ by the inhabitants. In this respect, The Lights reflects the drama of, on the one hand, the enemy defeated in unity and, on the other, the limited capability for reconstruction. Van Houwelingen has effectively intensified the lack of light on the square, and interpreted it as a continuation of the darkness of war. His installation makes one realise that Arnhem by default owns a monument, which seems to follow the standards of Zadkine’s war memorial in Rotterdam [which represents a ‘city without a heart’, mb]. Since the war, Arnhem has a square which follows Zadkine’s model.
The Lights embodies a multitude of images, which are analytic both in practical and evocative terms. Thus, the floodlights simply form a frame or cadre around the square, correcting the situation and bringing cohesion to the mediocre 1950s housing, built out of necessity rather than from aesthetic motives. At the same time, the work sheds light on the historical meaning of the location. It conjures up an image of the second World War as if it were a movie scene. The multitude of floodlights, high up around the entire square, reminds of a film set. And indeed, for the younger generations, the second World War is hardly imaginable other than as a movie or a black and white documentary.
Raising a topical social question such as this one is characteristic for Van Houwelingen. In Arnhem, he placed a rational social analysis against the myth of a closely knit community. Once a beacon for the community, shedding its light on the people, the tower’s and the church’s function have been reversed by Van Houwelingen. As many churches, the Eusebius church is not used as such anymore today. The source of The Lights therefore are the private houses, the domain of the individual. Seen in this light, the installation not only points to a want of religion, but also exemplifies contemporary society, which is not based on any ideology anymore.
The passer-by strolling towards the church at night seems to be pushed on by the light rays towards the supposed centre of the community. On turning round, he finds himself suddenly face to face with a blizzard of vicious light beams, emanating from individual citizens.

Source: Marjolein Schaap, brochure ‘The Lights’, Arnhem, 1998