projects books text cv publications contact

Hans van Houwelingen

 

SING SING

Waarom, vroeg ik mij af, vraagt een museum zich af ‘of er voor kunstenaars in deze tijd nog macht is weggelegd'. Wordt hier gevraagd of kunstenaars nog macht bezitten of is de vraag of het museum nog macht weglegt voor kunstenaars. Gaat het om een retorische vraag, is het kretologie of wil het museum de machtsstructuren in de kunst die gewoonlijk aan het oog onttrokken zijn werkelijk in het daglicht zetten met deze tentoonstelling?

 

Voor een antwoord moest ik het thema van deze tentoonstelling intrinsiek in werking zetten, een werk maken dat niet reflecteert op macht maar ter plekke gaat om macht. Het doel was de ‘normale' machtsverhoudingen binnen het museum uit balans te brengen. Als de vertrouwde posities van alle actoren een zetje krijgen moet de macht zich wel in de openbaarheid laten zien om de orde te herstellen. Ik wilde niet uit het oog verliezen dat het hier om kunst gaat en besloot de macht niet te verbeelden maar om met verbeelding de macht uit zijn tent te lokken.

 

In een onschuldige druppel water schuilt het grootste kwaad. Uit een grote zinken emmer die aan een takel boven in het museum hangt valt continue een druppel water door alle verdiepingen naar beneden om uiteen te spatten op het dak van de ontvangstbalie op de begane grond. Het werk is naar analogie van een oude Chinese martelmethode waarbij continue druppelend water op het voorhoofd van het slachtoffer leidt tot krankzinnigheid en dood. Wat zou er gebeuren als deze druppel water op het kunstinstituut ging vallen?

 

De schade zou fysiek beperkt blijven tot geluid, van vallende druppels op een geplastificeerd canvas afdak, als een trage metronoom. Een koekoeksklok is erger. Echter de gedachte dat museummedewerkers worden onderworpen aan de perverse macht van de kunstenaar en het museum zich zou moeten schikken naar zijn wil bleek ondraaglijk. Het idee verloor nog voor het door iemand feitelijk was gezien zijn status als kunstwerk en werd als echte marteling voorgesteld - met echte gevolgen.

 

De museumdirecteur weigerde zijn personeel te laten martelen en wierp zich op als protagonist. Wettelijke verantwoordelijkheid voor geestelijk welzijn, onderlinge relaties binnen het museum, kwetsbaarheid van individuele werknemers, een sociaaldemocratische inborst die het opneemt voor de weerloze, veiligheid, de Arbowet, technische eisen van het gebouw en afkeer van de esthetiek van het kunstwerk bleken de uitvoering in de weg te staan. Ook de medewerkers, de bewaking en de ondernemingsraad protesteerden krachtig tegen het voornemen deze marteling te moeten ondergaan. Als attaché tussen strijdende partijen concludeerde de curator van de tentoonstelling dat het werk op deze wijze onuitvoerbaar is en stelde een ander format voor.

 

Het werk hangt nu gefotografeerd aan de museummuur waarmee de gemoederen zijn bedaard. Het museum draait weer op normaalstand. Nog steeds valt een wrede druppel water op het dak van het kunstinstituut, maar in deze vorm biedt de kunst alle ruimte aan de macht om zich er onzichtbaar in te verstoppen.