projects books text cv publications contact
Witte de Withplein / Amsterdam
Toelichting Hans van Houwelingen / ontwerp 2011/ uitvoering 2013

Wending 666/999


Met uitschieters tot in de jaren dertig heeft de Amsterdamse School een  bloeiperiode van slechts 10 jaar gekend, van 1910 tot 1920. Toch is er geen enkele architectuurstroming geweest die in een zo korte tijd zo belangrijk is geweest voor Nederland, met name voor Amsterdam. Een perfecte symbiose tussen architectuur, stedenbouw, beeldende kunst en politiek maakte het mogelijk dat er een relatief korte tijd een stevig en nieuw stempel is gezet op het karakter van veel Nederlandse steden. "….De grote aandacht voor de woningbouw voor grote aantallen nieuwe inwoners, het definiëren van de wijk als een eenheid binnen de stadsuitbreiding, de aandacht voor gemeenschappelijke voorzieningen en stadsmeubilair en de wil om naar een individuele collectieve identiteit voor wonen en leven in de nieuwe stad te zoeken...."
De omstandigheden voor de architecten van de Amsterdamse School waren bijzonder gunstig. Huisvesting kreeg nationale  prioriteit, waardoor het mogelijk werd de culturele en politieke krachten te bundelen en het 'meer' van de som der delen te oogsten. Voor de SDAP, de grootste socialistische partij, was de huisvesting van arbeiders één van de belangrijkste programmapunten. In 1902 trad de Woningwet in werking ten behoeve van de regelgeving voor volkshuisvesting en werden de eerste woningbouwverenigingen voor de arbeidersklasse opgericht. Het politieke klimaat bleek een uitstekende culturele voedingsbodem. De architecten van de Amsterdamse School kregen daardoor volop kansen om hun ideeën gestalte te geven.

Ze hanteerden een werkwijze die vrij was van modernistische ideologie, waardoor zeer uiteenlopende invloeden tot de onmiskenbaar eigen stijl van de Amsterdamse School konden doordringen. Een taal van fantasie waarin individuele oplossingen samengaan in het zoeken naar een collectieve identiteit. Het streven was een collectieve architectuur die zich niet alleen door artistieke maar vooral door de politieke en sociale idealen liet leiden. Het socialisme werd omarmd, uiteraard ook vanwege de grote kansen die het de architecten bood. "....Doorgroeft is het gezicht door alle sporen van haar tijd, sympathiseert zij (de architectuur) met de meest progressieve aspecten van de burgermaatschappij en vertegenwoordigt zij haar meest menselijke gevoelens, in haar honger naar vrijheid en rechtvaardigheid, in haar verlangen naar kennis en waarheid, in haar humanistische traditie....” De architecten van de Amsterdamse School keerden zich af van de Moderne Beweging en de formele dogma’s van Berlage ten gunste van een subjectieve dienstbaarheid aan het volk. Hiermee liepen ze volledig in de pas met de socialistische politiek.

Dit gegeven is naar mijn mening het meest opvallende, controversiële en schone aspect van deze architectuur. Zelfs na ruim 80 jaar laat de culturele omstandigheid van de jaren ‘20 zich voelen als een bundeling van krachten die gedreven is door de strijd voor de vrijheid van de gewone man. Politici, architecten en kunstenaars gaven gestalte aan één grote socialistische droom, die zich in de architectuur van de Amsterdamse School nog steeds laat lezen. Een hedendaagse ingreep in de omgeving van de Amsterdamse School vraagt met name een trefzekere hedendaagse vertaling van dit sociaal-politieke aspect. Die aandacht moet zich niet beperken tot het historische uiterlijk van gebouwen en openbare ruimte van deze architectuur, maar ook tot zijn wezen. Dat betekent dat de actuele politieke en sociale dynamiek van deze wijk zichtbaar en voelbaar zou moeten worden in een vorm die de oude architectuur – graag zonder nostalgie - onderschrijft.

Het socialisme is als ideologie al lang verdwenen en na decennia polderen in het politieke midden wordt Nederland nu gekenmerkt door polarisatie en angstpolitiek. Nederland is veranderd van een tolerante verzorgingsstaat in een neo-liberale individualistische samenleving. Het sociale heeft een andere dimensie gekregen. De gewone man vecht niet meer tegen het kapitaal, maar voert overlevingsstrijd tegen de oprukkende mondialisering. Het ideaal van een betere wereld is vervangen door een collectieve angst de huidige wereld te verliezen. De samenleving ondergaat op dit moment een wending die vergelijkbaar met die in het begin van de twintigste eeuw.

De Amsterdamse School was voor de arbeider behalve een woning ook een platform, de architectuur werd het gezicht van het volk. Mijn voorstel is om in analogie een hedendaags platform aan te bieden, zonder ideologie, als toneel voor de huidige samenleving, als podium voor actualiteit. Een platform voor de ambiguïteit van deze tijd en ambigu in zichzelf: loodzwaar maar vederlicht, geen zetel maar wel om te zitten, geen speeltoestel maar wel om op te spelen, geen vliegend tapijt maar wel zwevend, een podium voor een ambitieuze artiest en het toneel van hangende jongeren, geen kunstwerk maar toch ook wel.

Een 5 x 8 meter massieve plaat van 20 cm dik staal zweeft op ongeveer 80 cm hoogte. Eén korte zijde buigt 90 graden de grond in en is de drager van het gehele plateau. Een gat aan de andere korte zijde omringt royaal de hemelboom in het midden van het plein.
Het ruimtelijke spel van grote vlakken doorbroken met functionele decoratie typeert de aantrekkelijke architectuur van de Amsterdamse School. Formeel gezien speelt een groot horizontaal vlak een ruimtelijk spel met de verticaliteit van de boom. Boom en plateau staan los van elkaar, raken elkaar niet aan, maar staan qua vorm, gewicht, materiaal en richting in een spanningsvolle relatie. Verder is het plein zoveel mogelijk leeg gelaten.
In het plateau is 999 geslagen, het keurmerk van de zuiverheid van het metaal waaruit het voorwerp is gemaakt. Een dergelijk keur met de aanduiding van het gehalte komt meestal voor in edelmetalen voorwerpen. Het zuiverste gehalte van het zuiverste metaal is 999. 999 is ook het symbool is voor de handhaving van wet en orde tegen de machten van het kwaad. 9 is het getal van de hogepriester, hij die de waarheid ziet door de waan. Wie driemaal de waan doorziet, bereikt de werkelijkheid.
Het in oostelijke richting gelezen 999 leest in westelijke richting uiteraard als 666, het getal van het beest. In hoofdstuk 13 van Openbaring ziet Johannes in een visioen twee monsters, een beest uit de zee en een beest uit de aarde. De laatste is te herkennen aan het getal 666 en wordt van oudsher geïdentificeerd met de antichrist, wiens verschijning het einde der tijden inluidt. 666 is wat rest: een legering van leem en ijzer die zich niet laten mengen.

666/999 staat in een platform geslagen dat het toneel is van de Wending, in naam en woord. Zonder nadruk toont het de samenleving maar spreekt geen oordeel - het is geen uiting van multiculturaliteit en bekritiseert evenmin, het is een podium voor het huidige straatbeeld. Uit 666/999 spreekt een cultureel en politiek momentum, zoals de architectuur van de Amsterdamse School dat eigen is. Ergens tussen perfectie en ondergang is het kunstwerk het toneel van deze tijd.
In de voormalige protestants christelijke kerk uit de tijd van de Amsterdamse school aan het Witte de Withplein is thans De Nour moskee gehuisvest, op nummer 96. Dat kan geen toeval zijn.
Op 21 april wordt het kunstwerk als podium in gebruik genomen.