Dear visitor, we’re working on a new website. Coming soon!

projects books text cv publications contact

Gemeente Ede / HVA-fonds / Hans van Houwelingen / 2011-2012

Ander

gemeenschap

Ter gelegenheid van het vijfentwintig jarig ambtsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923 werd in het centrum van Ede een monument geplaatst dat werd geschonken door de Edese burgerij. Het gedenkteken heeft de vorm van een gaslantaarn. De bakstenen sokkel en de smeedijzeren mast zijn ontworpen in de stijl van Amsterdamse School. Bovenin de lantaarn staat in siersmeedwerk de tekst geschreven: ‘Wilhelmina 9 sept 1898 1923'. In zijn vakmanschappelijke ijver heeft de smid de 6 per ongeluk omgedraaid, de datum van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina was op 6 september 1898.

Opmerkelijk is de functionaliteit van dit gedenkteken. Het werkelijke motief om een gaslantaarn te kiezen kon ik niet achterhalen, elektrische straatverlichting was in die tijd reeds gangbaar, maar misschien is de functionaliteit voor meerdere uitleg vatbaar. De straatlantaarn verlicht de openbare ruimte, maar hij werpt ook licht op de gemeenschap. Openbare ruimte bestaat uitsluitend in gemeenschappelijkheid, zonder uitsluiting van anderen. Gemeenschapszin is de voorwaarde voor ruimte om openbaar te zijn. Je zou kunnen denken dat de verbondenheid van de bevolking - die het monument had opgebracht - door deze gaslantaarn werd uitgelicht.

 

individualisering

Vandaag de dag heeft individualiteit prioriteit en is er voor gemeenschapszin steeds minder ruimte. In haar kerstrede van 2009 zei de kleindochter van koningin Wilhelmina: "De moderne mens lijkt weinig aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf bezig. We zijn geneigd van de ander weg te kijken en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig ‘wij-gevoel' wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot. Het ideaal van het bevrijde individu heeft zijn eindpunt bereikt. We moeten trachten een weg terug te vinden naar wat samenbindt."

De bewoordingen van de koningin Beatrix waren in 2009 nog tamelijk abstract. Een jaar later, tijdens haar kersttoespraak in 2010, spreekt zij over vrees en spanning in de samenleving en wantrouwen jegens de ander: "Ieder mens heeft behoefte aan een veilige plek en een bestaan in harmonie met anderen, met elkaar maken wij deel uit van één samenleving. Daarom moeten wij zorgen dat de basis sterk blijft en de verhoudingen evenwichtig. Vrees voor onbestemde veranderingen leidt tot onrust en onzekerheid over de toekomst. Dan komt ook het maatschappelijk weefsel onder spanning. Wanneer mensen het vertrouwde niet meer herkennen, groeit wantrouwen. Maar geduld, respect en saamhorigheid kunnen tegenwicht bieden. Het komt aan op maatschappelijke verbondenheid. De uitdaging is steeds elkaar te betrekken bij het oplossen van problemen. Wie zich deelnemer voelt, wordt ook gesterkt in besef van eigenwaarde. Wie wil meewerken aan begrip en vertrouwen zal bereid moeten zijn eigen vooroordelen onder ogen te zien en zijn handelen te toetsen op de consequenties voor medemensen en de gevolgen voor de samenleving als geheel. Elke gemeenschap is geworteld in sociaal gevoel en vergt verantwoordelijkheid over en weer. Medemenselijkheid, betrokkenheid en solidariteit zijn krachten die binden en in moeilijke tijden houvast kunnen bieden." Terwijl de individualisering een logisch gevolg is van welvaart, plaatst de koningin een kanttekening bij deze vaart der volkeren.

 

kinderen

Ten opzichte van de rest van de wereld spelen kinderen in de westerse samenleving in dit verband een unieke rol. In het grootste deel van de wereld staan kinderen aan de onderkant van de sociale piramide, met boven hen de volwassenen en in de top de voorouders. In het westen daarentegen staan kinderen aan de top, daaronder hun verzorgers en voorzieners - van kinderopvang tot Disneyland - en daaronder de ouders en grootouders. In het grootste deel van de wereld worden kinderen door de ouders beschouwd als bezit en investering om spoedig profijt van te trekken - hoe sneller een kind volwassen is hoe beter - in het Westen hoeft een kind niet te renderen en wordt de kindertijd zoveel mogelijk opgerekt. De kindertijd heeft hier geen cultureel eindpunt, het ideaal is juist zo lang mogelijk jong te blijven.

In de westerse opvoeding zien ouders het kind als een individu met een eigen persoonlijkheid houden rekening met het eigene, bijzondere karakter van het kind. Kinderen bepalen zelf hun keuze in een speciaal op hen gerichte markt die hun gevoel van individualiteit aanprijst. Jeugd is een belangrijke economische factor die rendeert met een individualistische belevingswereld van kinderen. *

 

context

Het Harmsen van der Vliet / Ameshoff-fonds, stelt zich tot doel in het centrum van Ede een serie kunstwerken voor kinderen te plaatsen. De reeds gerealiseerde kinder-kunstwerken in de Vendelstraat / Achterdoelen roepen op dezelfde wijze een belevingswereld op als alle andere voor kinderen geproduceerde producten in deze winkelstraat. Afgezien van enig oordeel hierover is de vraag relevant of een volgend kunstwerk in de reeks vanuit eenzelfde invalshoek tot stand moet komen. Een reeks kunstwerken binnen eenzelfde thema biedt een goede gelegenheid te onderzoeken op welke manieren de belevingswereld van kinderen kan worden aangesproken. Mijn uitgangspunt is geweest om, afgezien van vorm en inhoud, een ander 'programma' aan te spreken dan de andere kunstwerken.

Vandaag de dag vertoont de samenleving scherpe randen en is gemeenschap iets anders dan vroeger. Koningin Wilhelmina startte een koninklijke traditie - die zich voortdurend verscherpt -om op het belang van gemeenschapszin en verdraagzaamheid te wijzen. Het is daarom mijn bedoeling de gaslantaarn uit 1923 te koppelen aan de huidige tijd. De oude lantaarn zou ook een toekomstige generatie moeten kunnen aanspreken op gemeenschapsgevoel. Het doel is een kunstwerk dat niet zozeer op de eigen behoefte van het kind is gericht, maar ertoe aanzet betrokkenheid te voelen bij andere kinderen - een belevingswereld aanspreekt waarin een kind geeft om een ander kind.

 

 

ontwerp

Een vreemd kind is binnen het smeedwerk van de oude gaslantaarn geplaatst. Het kind is letterlijk onbekend: het bronzen beeld is gevonden, ongesigneerd, ooit vormgegeven, waarschijnlijk in het buitenland. De levensgrote sculptuur is van een jongetje met een neutrale blik. Hij krijgt een plek in het centrum van Ede waar hij vragen oproept over zijn ontheemde status. Wie is dat kind en wat doet het daar? Langzaam zal de Edese bevolking zich de toestand afvragen waarin dit vreemde kind verkeert en het vanwege zijn ontheemde status een plek geven in zijn gemeenschap.

Het is een confrontatie met een kind dat vanaf een onduidelijke plek plotseling in het centrum van Ede staat, achter het hekwerk van de gaslantaarn. Deze afgesloten ruimte in de Edese geschiedenis - een plek die al bijna en eeuw door de Edese bevolking is gekend maar nooit gezien - wordt als het ware plotseling openbaar en appelleert aan sociale processen van insluiting en uitsluiting. Het raakt een hedendaagse sociale paradox waarin een hypergeïndividualiseerde samenleving en gemeenschapszin samengaan.

 

 

 

* bron: David F Lancy, hoogleraar antropologie Utah State University / Dirk Vlasblom / Warna Oosterbaan nrc 24-12-10